Verslag rondleiding J.P. Thijssepark: Anthony
Precies een jaar geleden kregen we voor het eerst een rondleiding voor de natuurgidsen. We liepen als een stel onwetenden achter onze gidsen aan. Zij vertelden ons over de geschiedenis, de opbouw en de toegepaste beplanting. Het zag er zo gemakkelijk uit, maar zeer moeilijk om zelf te kunnen doen.
Vandaag zijn we weer op dezelfde plek als vorig jaar. Bij het Jac. P. Thijssepark. Een ding is er echter veranderd ten opzichte van de vorige keer. Hetgeen bijna voor onmogelijk gehouden werd, is werkelijkheid geworden: vandaag geven 2 cursisten de rondleiding in het Jac. P. Thijssepark.
En wat een leuke rondleiding kregen we van ze. Niet 20 minuten, niet 40 minuten, maar de volle 3 uur namen ze ons mee door dit fantastische park. Genieten met een hoofdletter ‘G’.
Nou moet ik wel gezegd hebben dat dit park zich ontzettend goed leent voor het geven van een rondleiding. De prachtige, kronkelende paden, de grote diversiteit aan bomen, struiken en bloemen en niet te vergeten de geweldige staat waarin dit 70 jaar oude park zich bevindt. Hulde aan al die buitengewoon goede vaklui die hier werken.
Maar goed, terug naar de excursie. Aan de hand van Frank Peter en Margo werden we meegenomen op een wandeling door het park. Na het opfrissen van ons geheugen over de geschiedenis, werd de groep in tweeën gesplitst. Mijn groep ging als eerste met Frank Peter mee. Hij liet ons de stinzenplanten zie die nu in bloei staan. Van de vingerhelmbloemen tot de narcissen en van de holwortels tot de bosanemonen; ze kwamen allemaal aan bod. Geobsedeerd door al dit moois gingen we van plant naar plant. Al even gepassioneerd vertelde Frank Peter ons over de kleine gaatjes in de bloemen van de holwortel. Deze worden gemaakt door een hommel(koningin). De bloem is namelijk te klein om in te kruipen en dus gaat de hommel maar buiten om. De hommel bijt vervolgens een gat in de bloem en kan op die manier alsnog bij de nectar komen. Slimme beestjes!
Voordat we gingen wisselen van gids, moesten we met z’n allen luisteren. Luisteren naar de geluiden die de vogels maken, luisteren naar al dat mooie gefluit en getjilp en natuurlijk ook naar dat ordinair gekrijs. Hier een roodborst, daar een winterkoning en een koolmees, een fuut, een meerkoet, buizerd, pimpelmees en verder niks.
Na een korte pauze neemt Margo ons mee voor het vervolg van de excursie. Zij wil ons naar het geheel laten kijken: naar de kleurschakeringen, de grote lijnen en de tuinkamers. Ze wil ons ook bewust laten worden van de gevoelens die dit park bij verschillende mensen op kan roepen.
Binnen een minuut verdween Margo echter alweer naar de grond. Een mooi plantje! Ze besefte zich zeer snel dat dit Frank Peters terrein was en kwam net zo snel als dat ze naar de grond verdwenen was weer overeind. Ze herstelde zich, maakte een grapje en ging weer verder. Heel goed! Ze wees ons op de functies die de bomen en struiken hier vervullen en dat alles met een reden geplant is. Zelfs de dode bomen hebben een functie. Daarin kunnen spechten hun pikdiploma halen. Na het bekijken van een aantal tuinkamers, waarbij Margo nog een paar keer naar de grond verdween, zat het er op voor vandaag.
Nog even allemaal op de foto en dat was het dan. Wat is het Jac. P. Thijssepark toch heerlijk!
maandag 26 april 2010
donderdag 18 maart 2010
zaterdag 13 maart
De Braak
Za 13 mrt - Joanne
Bij aankomst begroet door een Vlaamse gaai, die we tegenwoordig niet meer Vlaams mogen noemen.
Carla had een teleurstellende mededeling: de rondleidster uit de vogelwerkgroep kon wegens ziekte niet aanwezig zijn.
Gelukkig hadden daardoor GertJan, Hannie en Ida alle tijd voor hun interessante 20 min excursies.
En Jaap was de paashaas al tegen gekomen wat de pijn ook verzachtte.
De Braak
De plas in de Braak is ooit ontstaan door een dijkdoorbraak. Het water van de plas was ooit troebel wat niet bevorderlijk was voor vissen en waterplanten, daarom is de plas later uitgebaggerd, met de bagger konden paden worden opgehoogd. In 1939 werd hier het oudste heempark van Amstelveen aangelegd, als gevolg van de toegenomen aandacht voor inheemse planten, er werd volop gekweekt en ook een kruidentuin werd aangelegd. Riet en schermbloemen voelen zich er thuis. Maar tijdens de rondgang kwamen we ook winterheide tegen, longkruid, gagel, hortensia, petunia, berk
Bomen als middel tegen ziektes - Hannie
De boom bestaat uit blad, bast en wortel en deze kunnen allen een heilzame werking hebben. De plek waar een boom groeit is vaak een indicatie voor het middel. Zo staat een wilg aan het water en is daarom te gebruiken bij malaria (een typische muggenziekte). De kardinaalsmuts kan als wapen worden ingezet tegen hoofdluis. De giftige zaden moeten fijngemalen worden en als papje op het hoofd worden gesmeerd. Van het hout worden trouwens tandenstokers gemaakt.Ook de berk heeft helende kracht. In het voorjaar heeft de boom een imposante sapvloei, de wortels slurpen per dag zo’n 400 liter water en transporteren dat omhoog. Met een snede in de bast kan makkelijk 1,5 liter worden afgetapt en je bent verzekerd van eeuwige jeugd. Ook aan te bevelen als bestrijder van haaruitval. En het drinken van het berkensap kan extra aangenaam worden als je er volgens beproefd recept wijn van maakt. Door de sapvloei van bomen in het voorjaar is het niet aan te raden om in het voorjaar te snoeien. De berkenwortel werd vroeger in de scheepsbouw toegepast als conservering, zgn. berkenteer. Carla wijst ons op het verschil tussen de ruwe en de zachte berk, de ruwe berk heeft de mooie neerhangende takken.
De bast van de wilg bevat saliszuur, goed tegen reumatische pijnen. In aspirine zit hetzelfde zuur, aspirine wordt sneller door het lichaam opgenomen maar wie op een stukje berkenbast kauwt houdt de pijn langer op afstand. De wortels van de wilg houden de slootkant vast. Getrokken in de thee werkt het tegen depressie en koorts.
Gagel kan gebruikt worden in de linnenkast tegen vlooien en motten.
Het hout van de els is hard en wordt in water nog harder, daarom is het veel gebruikt voor het onderpalen van de stad Amsterdam. Elzenblad in je schoen helpt tegen vermoeidheid, fijngemalen elzenblad doet sproeten verdwijnen.
De tak van de hulst vergroot de mannelijkheid, Brigit merkt fijntjes op dat voor een optimale werking de hulstblaadjes waarschijnlijk in het ondergoed moet worden meegedragen. Ook JP Thijsse dronk graag thee getrokken van hulsthout lezen we in zijn biografie. Ook een aardig weetje is dat bij een hoog opgegroeide hulst de blaadjes boven in geen stekels meer hebben, de stekels zijn alleen van nut om bij de grondse vijanden op afstand te houden.
Er komen 2 andere bomen ter sprake: de spindletree waar tollen om wol op te spinnen van werden gemaakt. Ebbenhout met de 2 kleurige kurklijsten in de lengte van de tak wordt gebruikt voor vioolstrijkstokken.
Gert Jan stuurde ons op pad met een opdrachtenlijstje over het zintuiglijk waarnemen van het voorjaar. Aan de hand van vogelgeluid, gagelgeur, opkomende primula, én paaseitjes kwamen sommigen tot minstens 16 waarnemingen.
Over de vogel eieren kan worden opgemerkt dat de meileggers wel laatkomers zijn, de bosuil begint al in februari met leggen en de meeste vogels volgen in maart. Roodborstjes bij wie zowel de mannetjes als de vrouwtjes agressief hun territorium veiligstellen krijgen hiermee een probleem bij het paren, als het mannetje zich opstel als een jonkie dan wil het vrouwtje hem in haar territorium dulden.
Ondertussen doen waggelende eenden zich tegoed aan het restje overgebleven cranberry’s. De halsbandparkieten hebben zich in een boom meester gemaakt van een nest in een holte in de stam. En achter de lavendelhei bloeit de pas aangeplante winterhei.
Ida heeft ons wijzer gemaakt in de wereld van de varens. Ze begon met een leuke wetenswaardigheid dat varens niet van warmte houden en dat de oplettende kijker met deze informatie het verschil tussen een protestante en een katholieke kerk kunnen zien, De katholieken stoken door de week dus bekeren de varens zich liever tot het protestantisme.
Naast dat de varen al heel oud is bestaan er allerlei variëteiten waarvan Ida voorbeelden heeft meegenomen.
Za 13 mrt - Joanne
Bij aankomst begroet door een Vlaamse gaai, die we tegenwoordig niet meer Vlaams mogen noemen.
Carla had een teleurstellende mededeling: de rondleidster uit de vogelwerkgroep kon wegens ziekte niet aanwezig zijn.
Gelukkig hadden daardoor GertJan, Hannie en Ida alle tijd voor hun interessante 20 min excursies.
En Jaap was de paashaas al tegen gekomen wat de pijn ook verzachtte.
De Braak
De plas in de Braak is ooit ontstaan door een dijkdoorbraak. Het water van de plas was ooit troebel wat niet bevorderlijk was voor vissen en waterplanten, daarom is de plas later uitgebaggerd, met de bagger konden paden worden opgehoogd. In 1939 werd hier het oudste heempark van Amstelveen aangelegd, als gevolg van de toegenomen aandacht voor inheemse planten, er werd volop gekweekt en ook een kruidentuin werd aangelegd. Riet en schermbloemen voelen zich er thuis. Maar tijdens de rondgang kwamen we ook winterheide tegen, longkruid, gagel, hortensia, petunia, berk
Bomen als middel tegen ziektes - Hannie
De boom bestaat uit blad, bast en wortel en deze kunnen allen een heilzame werking hebben. De plek waar een boom groeit is vaak een indicatie voor het middel. Zo staat een wilg aan het water en is daarom te gebruiken bij malaria (een typische muggenziekte). De kardinaalsmuts kan als wapen worden ingezet tegen hoofdluis. De giftige zaden moeten fijngemalen worden en als papje op het hoofd worden gesmeerd. Van het hout worden trouwens tandenstokers gemaakt.Ook de berk heeft helende kracht. In het voorjaar heeft de boom een imposante sapvloei, de wortels slurpen per dag zo’n 400 liter water en transporteren dat omhoog. Met een snede in de bast kan makkelijk 1,5 liter worden afgetapt en je bent verzekerd van eeuwige jeugd. Ook aan te bevelen als bestrijder van haaruitval. En het drinken van het berkensap kan extra aangenaam worden als je er volgens beproefd recept wijn van maakt. Door de sapvloei van bomen in het voorjaar is het niet aan te raden om in het voorjaar te snoeien. De berkenwortel werd vroeger in de scheepsbouw toegepast als conservering, zgn. berkenteer. Carla wijst ons op het verschil tussen de ruwe en de zachte berk, de ruwe berk heeft de mooie neerhangende takken.
De bast van de wilg bevat saliszuur, goed tegen reumatische pijnen. In aspirine zit hetzelfde zuur, aspirine wordt sneller door het lichaam opgenomen maar wie op een stukje berkenbast kauwt houdt de pijn langer op afstand. De wortels van de wilg houden de slootkant vast. Getrokken in de thee werkt het tegen depressie en koorts.
Gagel kan gebruikt worden in de linnenkast tegen vlooien en motten.
Het hout van de els is hard en wordt in water nog harder, daarom is het veel gebruikt voor het onderpalen van de stad Amsterdam. Elzenblad in je schoen helpt tegen vermoeidheid, fijngemalen elzenblad doet sproeten verdwijnen.
De tak van de hulst vergroot de mannelijkheid, Brigit merkt fijntjes op dat voor een optimale werking de hulstblaadjes waarschijnlijk in het ondergoed moet worden meegedragen. Ook JP Thijsse dronk graag thee getrokken van hulsthout lezen we in zijn biografie. Ook een aardig weetje is dat bij een hoog opgegroeide hulst de blaadjes boven in geen stekels meer hebben, de stekels zijn alleen van nut om bij de grondse vijanden op afstand te houden.
Er komen 2 andere bomen ter sprake: de spindletree waar tollen om wol op te spinnen van werden gemaakt. Ebbenhout met de 2 kleurige kurklijsten in de lengte van de tak wordt gebruikt voor vioolstrijkstokken.
Gert Jan stuurde ons op pad met een opdrachtenlijstje over het zintuiglijk waarnemen van het voorjaar. Aan de hand van vogelgeluid, gagelgeur, opkomende primula, én paaseitjes kwamen sommigen tot minstens 16 waarnemingen.
Over de vogel eieren kan worden opgemerkt dat de meileggers wel laatkomers zijn, de bosuil begint al in februari met leggen en de meeste vogels volgen in maart. Roodborstjes bij wie zowel de mannetjes als de vrouwtjes agressief hun territorium veiligstellen krijgen hiermee een probleem bij het paren, als het mannetje zich opstel als een jonkie dan wil het vrouwtje hem in haar territorium dulden.
Ondertussen doen waggelende eenden zich tegoed aan het restje overgebleven cranberry’s. De halsbandparkieten hebben zich in een boom meester gemaakt van een nest in een holte in de stam. En achter de lavendelhei bloeit de pas aangeplante winterhei.
Ida heeft ons wijzer gemaakt in de wereld van de varens. Ze begon met een leuke wetenswaardigheid dat varens niet van warmte houden en dat de oplettende kijker met deze informatie het verschil tussen een protestante en een katholieke kerk kunnen zien, De katholieken stoken door de week dus bekeren de varens zich liever tot het protestantisme.
Naast dat de varen al heel oud is bestaan er allerlei variëteiten waarvan Ida voorbeelden heeft meegenomen.
zondag 24 januari 2010
zaterdag 23 januari 2010
23 januari, verslag excursie Vogeleiland , Amsterdamse Bos.
Op weg naar het Vogeleiland werden we wakker geschud door een boomklever, met zijn typische geluid ‘plieuw plieuw’.
Deze excursie waren er 10-minuten praatjes van Annemarie, en van Joanne en Aleid.
Annemarie opende met wat geschiedenis.
Het Vogeleiland is ontstaan door een idee van Piet Brander en is 3 ha groot.
Het idee was om er verschillende biotopen aan te leggen, om bepaalde vogels aan te trekken.
Bijv; een schelpenstrandje voor Plevier, visdief, en een oeverwal voor ijsvogel en oeverzwaluw.
Bossages voor kleine zangvogels en een rietlandje voor Baardmannetje, karekiet enz.
Maar door o.a. het opgroeien van het bos eromheen, kwamen die soorten niet.
Daarna besloot men er een heemtuin van te maken met als gebiedjes; duingebied, moerasgebied, heuvellandschap en akker.
Door gebrek aan geld is het na aanleg niet goed meer onderhouden en is er een lekker verwilderd stukje ontstaan.
Er is nog wel genoeg te zien.
Het zien begint bij de bekende soorten, en daarna af en toe een soort tegenkomen en erbij leren.
Annemarie liet ons dmv een ‘bingo’kaart goed kijken en luisteren. Degenen die het meeste van het kaartje gezien en gehoord hadden, wonnen een kunstig en snel gefabriceerde ballon-papagaai. Erg leuk !
Het idee van een ‘bingo’ is op vele manieren toe te passen. Voor zowel planten, vogels, insekten, en andere inrichtings elementen in een gebied.
Ondertussen was er veel te zien;
Heggerank tot hoog in de bomen, heel veel sneeuwklokjes, grote bonte specht, enz.
Aleid had een interessant verhaal over de eigenlijke ontwerpster van het A’damse bos; Jacoba Mulder.
Zij was de eerste stedebouwkundige en heeft naast het A’damse bos nog Nieuw-west, Spaarnwoude en A’veen ontworpen.
Bekendheid kregen stedebouwkundigen pas na WO-2, vandaar dat ze niet zo bekend is. Jammer, want als vrouw die in 1918 begon met dergelijke studie is het onthouden waard.
Joanne vertelde leuke details over voorkomende vogels.
De boomklever metselt spechtgaten dicht met modder, zodat de opening klein genoeg is om het als nestholletje te gebruiken. Het goudhaantje is het kleinste vogeltje in Nederland, 4-6 gram, en houd o.a. van (giftige!) taxus.
Kortom; handige informatie om mee te nemen.
Met Aleid en Joanne liepen we richting Geitenboerderij en onder een stel hoge bomen floot een vogel een aparte roep. We konden er niet achter komen wat het was, maar het leek een lijsterachtige. Helaas vloog hij weg.
Bij het verder lopen door het bos richting Geitenboerderij deed Carla ons nog wat tips aan de hand om m.n. kinderen te laten kijken.
Plak plakband op boomschors, en daarna op een vel papier. De structuur van de bast is zo goed te zien.
Of meet de ouderdom van een boom; de omtrek : 10 x 4, is het aantal jaren oud bij benadering.
Een manier om de hoogte te meten leek niet helemaal te kloppen, maar er zijn handige dingen voor te krijgen (bij natuurmonumenten bijv) om dat te doen, helaas had ik hem niet bij me.
Richting Geitenboerderij waren er nog (platte!) vleermuiskasten te zien hoog tegen een paar beuken.
Het was voor een aantal cursisten, te koud om stil te staan, te slenteren en verder te verkleumen. Dus mijn verhaal stopt bij het vluchten naar de geitenboerderij voor warme koffie !
Maar; als het weer warmer wordt is hier dus genoeg te zien en te doen.
Margo
Op weg naar het Vogeleiland werden we wakker geschud door een boomklever, met zijn typische geluid ‘plieuw plieuw’.
Deze excursie waren er 10-minuten praatjes van Annemarie, en van Joanne en Aleid.
Annemarie opende met wat geschiedenis.
Het Vogeleiland is ontstaan door een idee van Piet Brander en is 3 ha groot.
Het idee was om er verschillende biotopen aan te leggen, om bepaalde vogels aan te trekken.
Bijv; een schelpenstrandje voor Plevier, visdief, en een oeverwal voor ijsvogel en oeverzwaluw.
Bossages voor kleine zangvogels en een rietlandje voor Baardmannetje, karekiet enz.
Maar door o.a. het opgroeien van het bos eromheen, kwamen die soorten niet.
Daarna besloot men er een heemtuin van te maken met als gebiedjes; duingebied, moerasgebied, heuvellandschap en akker.
Door gebrek aan geld is het na aanleg niet goed meer onderhouden en is er een lekker verwilderd stukje ontstaan.
Er is nog wel genoeg te zien.
Het zien begint bij de bekende soorten, en daarna af en toe een soort tegenkomen en erbij leren.
Annemarie liet ons dmv een ‘bingo’kaart goed kijken en luisteren. Degenen die het meeste van het kaartje gezien en gehoord hadden, wonnen een kunstig en snel gefabriceerde ballon-papagaai. Erg leuk !
Het idee van een ‘bingo’ is op vele manieren toe te passen. Voor zowel planten, vogels, insekten, en andere inrichtings elementen in een gebied.
Ondertussen was er veel te zien;
Heggerank tot hoog in de bomen, heel veel sneeuwklokjes, grote bonte specht, enz.
Aleid had een interessant verhaal over de eigenlijke ontwerpster van het A’damse bos; Jacoba Mulder.
Zij was de eerste stedebouwkundige en heeft naast het A’damse bos nog Nieuw-west, Spaarnwoude en A’veen ontworpen.
Bekendheid kregen stedebouwkundigen pas na WO-2, vandaar dat ze niet zo bekend is. Jammer, want als vrouw die in 1918 begon met dergelijke studie is het onthouden waard.
Joanne vertelde leuke details over voorkomende vogels.
De boomklever metselt spechtgaten dicht met modder, zodat de opening klein genoeg is om het als nestholletje te gebruiken. Het goudhaantje is het kleinste vogeltje in Nederland, 4-6 gram, en houd o.a. van (giftige!) taxus.
Kortom; handige informatie om mee te nemen.
Met Aleid en Joanne liepen we richting Geitenboerderij en onder een stel hoge bomen floot een vogel een aparte roep. We konden er niet achter komen wat het was, maar het leek een lijsterachtige. Helaas vloog hij weg.
Bij het verder lopen door het bos richting Geitenboerderij deed Carla ons nog wat tips aan de hand om m.n. kinderen te laten kijken.
Plak plakband op boomschors, en daarna op een vel papier. De structuur van de bast is zo goed te zien.
Of meet de ouderdom van een boom; de omtrek : 10 x 4, is het aantal jaren oud bij benadering.
Een manier om de hoogte te meten leek niet helemaal te kloppen, maar er zijn handige dingen voor te krijgen (bij natuurmonumenten bijv) om dat te doen, helaas had ik hem niet bij me.
Richting Geitenboerderij waren er nog (platte!) vleermuiskasten te zien hoog tegen een paar beuken.
Het was voor een aantal cursisten, te koud om stil te staan, te slenteren en verder te verkleumen. Dus mijn verhaal stopt bij het vluchten naar de geitenboerderij voor warme koffie !
Maar; als het weer warmer wordt is hier dus genoeg te zien en te doen.
Margo
zaterdag 23 januari 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)





