Excursie Diersporen
26-09-2008
Nationaal Park Zuid-Kennemerland
Bloemendaal
Verslag: Erik Weenink
Onder de bezielende leiding van Gabriel Bakkum krijgen we onze eerste veldervaringen met diersporen in de duinen rondom het duinmeertje ’t Wed (ingang Koevlak). Nog niet eerder hebben we een rondleiding gehad van iemand die met zo veel enthousiasme wist te vertellen over drollen, keutels en poep. Onze ogen werden geopend.
Gabriel zei dat we geen lange wandelingen hoeven te maken om veel te kunnen zien. Dat blijkt al meteen wanneer we het kleine duinmeertje naderen. We zien vele verschillende afdrukken van diverse Homo Sapiens die al vroeg begonnen zijn met allerlei lichamelijke oefeningen ter bevordering van lichamelijke gezondheid. Maar er blijkt nog veel meer te zijn. Het is fijn dat we het vandaag droog hebben. Maar jammer dat het afgelopen nacht niet heeft geregend, want dan zou er een klein opgedroogd korstje zand aanwezig zijn waarin diersporen uitstekend in kunnen worden afgedrukt. Wel is het zo dat bij warm en zonnig weer die korstjes in de loop van de dag verdwijnen en daarmee vallen de sporen uit elkaar, van vooral de kleine diertjes zoals vogeltjes (vinken), amfibieën (kikkers, padden) en insecten (kevers).
We lopen al snel tegen konijnensporen aan. Die hebben drie kleine afdrukjes in een rechte lijn en een vierde, links naast de voorste afdruk.
Een vossenspoor dient zich aan en al snel blijkt dat die overal te vinden is. Een vossenpoot heeft een kuitje in zijn poot wat een bultje in het zand achterlaat. Er is een zgn “vossenkruis” te tekenen in het spoor (een X). Bij een hond is het meer een (>-<). Dit komt omdat een vossenpoot ovaler is en bij een hond de zijtenen verder uit elkaar staan. Een kronkelend vossenspoor duidt vaak op een zoektocht naar eten. Een recht spoor op het doelgericht ergens naartoe lopen (bv naar huis).
Langs het Wed zijn veel kraaiensporen aanwezig.
Wanneer vogels in een rechte lijn lopen zijn ze vaak op zoek naar water.
Wanneer Vlaamse Gaaien voedsel aan het verzamelen zijn, lopen ze vaak heen en weer in een rechte lijn van de vindplaats (vruchten bv) naar hun verzamelplaats.
In het algemeen zijn vogelsporen extreem moeilijk van elkaar te onderscheiden.
Meestal tref je, vanuit een middelpunt, drie tenen naar voren aan en een teen loodrecht naar achteren, vanuit dat denkbeeldige middelpunt. Bij een reiger gaat die achterste teen vlak naast dat middelpunt loodrecht naar achteren.
Aboriginals doen heel veel met sporen. Een halve cirkel symboliseert voor hun de mens.
We treffen een sleepspoor aan tussen het potenspoor door loopt. Dit is meestal een staart van bv een eekhoorn. In ons geval is het lastig te zeggen: er lopen misschien twee of meerdere sporen door elkaar heen.
We zien een spoor van een damhert. De rechter en linker poten zitten vlakbij de denkbeeldige middenlijn. We spreken van een gesnoerd spoor.
De duindoorn heeft bessen weet Carla te vertellen. De bessen zijn eetbaar en bevatten heel veel vitamine C maar zijn ook zuur.
We treffen een amfibiespoor aan.
Amfibieën en reptielen bewegen anders. Ze maken rare “flabberspoortjes”.
Een kikker hopt in principe.
Een hagedis laat een sleepspoor achter vanwege zijn staart.
In dit geval is het een pad, herkenbaar aan de streepjes tussen de pootafdrukjes (sleepspoor van de nagels).
Gabriel laat ons een plek zien waar hij vanochtend een groep vinken actief bezig heeft gezien. Vinken hoppen! Geen sleepspoor te zien. Zo te zien waren ze erg ijverig!
Goed kijken levert een keverspoor op. Deze bestaat uit twee rijen van kleine korte schepjes naast elkaar. In de loop van de dag verdwijnen ze door werking van de zon.
We zien runderkeutels. Als het rund ook nog zichtbaar heeft geplast kun je afleiden of het om een mannetje of vrouwtje gaat. Een mannetje plast naar voren en poept naar achteren. Hieruit kun je de positie van de stier op zn moment van toiletteren bepalen. Bij een vrouwtje wordt dat lastiger want die plast en poept allebei naar achteren. Een knappe kop kan dan aan de “hoek van inslag in het zand” de stand van de koe bepalen…
Typisch spoor van een nordic walker: voetstappen, rechte strepen met regelmatig puntjes in het zand aan beide zijden.
We zien gaatjes in een dode boom. Waarschijnlijk van een specht op zoek naar voedsel. Het kunnen ook gaten zijn waar eikels in kunnen worden verstopt (of verstopt zijn geweest). Dat is een heel gedoe voor die specht. Ze zijn dan steeds bezig om te kijken of het past. Gaan ze het weer verplaatsen, opnieuw proberen etc.
Diepe sporen? Dan zijn het veelal hoefgangers. Bv Damhert, ree.
Als het erg diep gaat zie je soms de bijhoeven aan de achterzijde van de poot. Aan de scherpe diepe punt kun je de voorkant van de hoeven herkennen en daarmee de looprichting.
Aan de waterkant zijn veel vogelsporen te verwachten die water komen drinken zoals meeuwen.
We komen een spoor van een ree tegen. Deze is kleiner dan die van een damhert. Aan de voorzijde is ook een punt zichtbaar en de buitenkant van de afdruk is scherp. De achterzijde is minder duidelijk zichtbaar in het zand. Nu zijn geen bijhoeven zichtbaar.
We komen uitgelopen konijnenkeutels tegen.
Gabriel begint over een prachtig boek uit de jaren ’50:
“ The private life of the rabbit”, Lockly.
De tekenfilm “ Waterschapheuvel” is hier voor een groot deel op gebaseerd.
In het zand zien we een lang spoor, met een scheurtje aan de bovenkant. Vakkundig snijdt Gabriel er een plakje uit. Het blijkt een gangetje te zijn van iets als een worm
Gabriel blijkt een enorme passie voor diersporen te hebben en de verhalen volgens elkaar in rap tempo op.
Hij vertelt over mollen in de winter wanneer er sneeuw op de bevroren ondergrond ligt. De mollen kunnen niet meer in de grond graven en gaan hun gangen in de sneeuw graven. Wanneer de sneeuw gaat smelten wordt het graafspoor zichtbaar.
(Wat gaan mollen eigenlijk doen wanneer de grond bevroren is en er ligt geen sneeuw?)
Veel dieren gaan naar het water om te drinken, zoals rund, paard, schaap. Maar niet alle roofdieren gaan naar het water om te drinken: zij zoeken prooidieren.
We vinden een geleiachtige massa aan de waterkant: “sterrenschot”. Dit zijn de onverteerbare eileiders van kikkers/padden die zijn uitgespuwd door reigers. We zien nu inderdaad ook een reigerspoor.
Enthousiast toont Gabriel ons sporen van een marterachtige. Vier tot vijf tenen, in een kransje. Een marterachtige maakt een viersprong: alle vier poten bij elkaar, rug krom, en tijdens de sprong de rug recht. In gedachten zien we het beestje al voorbij springen alsof het een soort dansje uitvoert. Het is nu niet te zeggen welke soort het is. Het onderscheid hangt af van de maten. Foto’s met een liniaal zijn gemaakt.
Veel dieren zijn in de schemering actief.
We komen op een plek langs de waterkant die totaal is platgetrapt, waarschijnlijk gisteravond en/of vanochtend. In de zomer is het vaak een schaapskunne. In dit geval zien we in ieder geval: damhert, ree en vos.
We lopen van het water af richting duinen. We zien een hele mooie keutel!
Er ontstaat hilariteit in de groep onder leiding van een enthousiaste Gabriel.
Het is een versteende drol van een rund!
We zijn nog niet uitgesproken over konijnen. Hier kun je een hele studie van maken. Bijvoorbeeld over het keutelgedrag van konijnen. Dit is erg variërend en er zijn nog veel zaken onduidelijk. Waarschijnlijk speelt territoriumgedrag soms ook een rol.
Bij een afrastering of hek komen vaak sporen uit (wissels). Deze loopt dan verder door langs het hek of anders er onderdoor als het een klein dier betreft.
Vaak kun je hier haren aantreffen met name aan prikkeldraad.
We vinden een dode spitsmuis. We vragen ons af hoe deze is gestorven. Er is geen bloed zichtbaar of sporen van vraat. Misschien een natuurlijke dood? Het diertje is slap, wat de vraag oproept hoe lang het al dood is. Gabriel legt ons kort uit hoe het zit met lijkstijfheid, “ Rigor Mortes”. Een paar uur na de dood treedt de stijfheid op. Maar dit is tijdelijk want na een paar uur wordt het lijk weer slap.
We zien langs een wissel een overhangende tak met wat haar. Het lijkt aan de hoge kant voor een konijn en zelfs een vos. Maar het is heel zacht haar, zijdezacht. Misschien toch een konijn?
We zien aangevreten dennenappels.
Soms denken we dat ze zijn aangevreten maar zijn ze gewoon door ouderdom uiteengevallen. Goed kritisch kijken dus.
Eekhoorns eten de dennenappels in de boom op maar doen dit slordig. De dennenappels worden rafelig.
Muizen hebben kleinere tandjes en eten veel egaler. Zij laten de dennenappels wat netter achter.
Nog napratend over het spoor van de marterachtige, komt de “wezeldans” ter sprake.
Deze beestjes dansen rondom hun prooi die als het ware worden gehypnotiseerd (bv konijnen) totdat ze toeslaan.
Als toegift van deze interessante excursie zijn we met een kleine groep naar het Middenduin gegaan. Dit bevindt zich achter het bezoekerscentrum “de Zandwaaier”.
Dit is een prachtige vallei te midden van bosrijke duinen. De duinen die hier stonden zijn afgegraven om een aantal grachten in Haarlem te dempen. We zijn langs de rand gelopen naar het zwarteveldmeertje. Hoewel het uitzonderlijk schijnt te zijn hebben we de hele wisentenkudde kunnen zien! Een populatie van 8 tot 10 exemplaren waarvan 6 kalveren (4 kleintjes).
Soms kwamen we ook een paar floristische zaken tegen:
Groene ossentong.
Kardinaalsmuts (2-zaadlobbig). Prachtige rode vrucht (niet eetbaar!).
Wilde tijm.
Geel walstro.
Glad parelzaad.
Ik weet zeker dat de meesten van ons met een andere blik naar diersporen kijken dankzij Gabriel!
Posts tonen met het label Kennemerduinen september 2009. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kennemerduinen september 2009. Alle posts tonen
woensdag 21 oktober 2009
zondag 11 oktober 2009
zaterdag 26-09-'09
Diersporen zoeken
Nationaal Park Zuid-Kennemerland, ingang Koevlak
Excursie 26 september 2009, onder leiding van Gabriël Bakkum
Op deze mooie nazomerochtend nam Gabriël Bakkum nam ons mee eerst mee naar Het Wed, een gegraven recreatiemeer dichtbij de ingang Kennermerduinen/Koevlak. Aldaar werd door grote groepen mensen gejogd, waardoor er al heel wat vertreding van diersporen had plaatsgevonden. Toch wemelde het in het brede zandgebied langs het meer nog van de verse prenten van allerlei dieren. Het gebied is in trek bij de dieren vanwege het water, maar ook vanwege voedselresten in de afvalbakken.
De eerste prenten die we zagen waren de loop- en zitsporen van konijnen: bij het loopspoor staan de afdrukken van de twee grote achterpoten voorop en daarachter min of meer op de spooras de sporen van de twee kleinere voorpoten. Bij zittende konijnen zijn de afdrukken van de achterpoten diep.
Verderop liep een dubbelspoor van vossen, een grotere en een iets kleinere (ouder en kind?). De kenmerkende verschillen tussen honden- en vossenafdrukken waren duidelijk te zien: (1)de vos heeft een langwerpiger voet, daarom een ovaler spoor, je kunt via het midden van de afdruk een denkbeeldig kruis naar de omtrek trekken, het zogenaamde “vossenkruis”, bovendien is (2) de middenruimte tussen de zoolkussentjes bij de vos groter hetgeen resulteert in een bultje middenin het spoor. Even later vonden we ook vossenpoep, met het kenmerkende puntje. Zo te zien had er konijn met bessen (mogelijk wegedoorn) op het menu gestaan.
Bovenaan het duin vlak voor de bomengrens waren rondom een groepje dode bomen een aantal interessante sporen van kleine dieren te zien: een soort rupsbandspoor van een kever (schept hoopjes zand om), een paddenspoor (nageltjes zichtbaar, beetje draaiend om spooras) en een massa pootafdrukken van kleine vogeltjes.
Weer dichterbij het water in het vochtige zand waren veel afdrukken van vogels, onder andere meeuwen (zwemvlies) en kraaien. Ook afdrukken van de poot van de blauwe reiger: kenmerk achterteen is korter dan de voorteen en staat een beetje schuin ten opzichte van de voorteen. Heel bijzonder was dat we aan de waterrand sterrenschot vonden. Sterrenschot is geleiachtig braaksel van (o.a.) een reiger dat bestaat uit gelei,eieren en eierstokken van kikkers, in de maag van de vogel opgezwollen en vervolgens uitgespuugd.
Zoals te verwachten ontbraken de sporen van damherten en reeën niet. Mooi was te zien dat deze dieren een gesnoerd spoor hebben en dat soms de afdruk van de achterpoot samenvalt met die van de voorpoot. Het verschil in grootte tussen damhert- en reeprent was duidelijk. Bij het damhert zijn meestal de bijhoeven te zien, bij het ree niet. Bij het ree staan bovendien de afdrukken iets naar buiten gericht (scherpe buitenrand).
Als verrassing vonden we tussen de vele voetsporen van de joggers in het natte zand ook nog het spoor van een marterachtige: een sprongspoor met afdrukken in groepjes van vier dichtbij elkaar staande prenten met heel duidelijke teenafdrukken.
Het tweede deel van de excursie voerde ons tussen de struiken., loof- en naaldbomen door op zoek naar wissels en vraatsporen. We roken allen aan de ingang van een konijnenhol om na te gaan of het nog bewoond was (onduidelijk resultaat) en zagen vele smalle wissels (snoergang herten/reeën). Door het ontbreken van haarresten en uitwerpselen was niet te determineren welke dieren van de wissels gebruikmaken. Wel zagen we hier en daar een schuurboom van hert of ree. In het naaldbomenbos deed iedereen zijn best om dennenappels met vraatsporen (een muis doet het netter dan een eekhoorn) te vinden, maar dat viel niet mee. Gabriël keurde de meeste van onze vondsten af.
Na afloop van de “officiële” excursie is een kleine groep cursisten met Gabriël meegelopen naar de wisentenweide in het Kraansvlak. In 2007 en 2008 zijn hier in totaal zes wisenten uitgezet. Inmiddels zijn er al vier kalfjes geboren. We hadden geluk en hebben de gehele kudde goed kunnen bekijken. Een mooi slot van een interessante excursie.
Met dank aan Gabriël voor zijn enthousiaste begeleiding en de vele verrassende ontdekkingen en aan Gert-Jan voor zijn mooie foto’s die ik als geheugensteuntje en voor de beschrijvingen heb gebruikt.
Tips:
• Private Life of the Rabbit, auteur R.M. Lockley. Aanbevolen door Gabriël.
• Wel en wee van de wisenten in het Kraansvlak: www.wisenten.nl
Nog meer interessante dingen:
- insectengang, horizontaal vlak onder (nat) zandoppervlak
- wildeasperge draagt mooie rode bessen
- eikengallen
- duindoorns staan vol bessen
- hetzelfde geldt voor meidoorn, wegedoorn en kardinaalsmuts
- uitwerpselen van reeën, konijnen, ganzen en runderen
- dode bosspitsmuis
- gaatjes van insecten of spechten in dode bomen
- sporen van honden (verboden toegang!)
- eikelverzamelende gaaien
Trudy du Chattel
Nationaal Park Zuid-Kennemerland, ingang Koevlak
Excursie 26 september 2009, onder leiding van Gabriël Bakkum
Op deze mooie nazomerochtend nam Gabriël Bakkum nam ons mee eerst mee naar Het Wed, een gegraven recreatiemeer dichtbij de ingang Kennermerduinen/Koevlak. Aldaar werd door grote groepen mensen gejogd, waardoor er al heel wat vertreding van diersporen had plaatsgevonden. Toch wemelde het in het brede zandgebied langs het meer nog van de verse prenten van allerlei dieren. Het gebied is in trek bij de dieren vanwege het water, maar ook vanwege voedselresten in de afvalbakken.
De eerste prenten die we zagen waren de loop- en zitsporen van konijnen: bij het loopspoor staan de afdrukken van de twee grote achterpoten voorop en daarachter min of meer op de spooras de sporen van de twee kleinere voorpoten. Bij zittende konijnen zijn de afdrukken van de achterpoten diep.
Verderop liep een dubbelspoor van vossen, een grotere en een iets kleinere (ouder en kind?). De kenmerkende verschillen tussen honden- en vossenafdrukken waren duidelijk te zien: (1)de vos heeft een langwerpiger voet, daarom een ovaler spoor, je kunt via het midden van de afdruk een denkbeeldig kruis naar de omtrek trekken, het zogenaamde “vossenkruis”, bovendien is (2) de middenruimte tussen de zoolkussentjes bij de vos groter hetgeen resulteert in een bultje middenin het spoor. Even later vonden we ook vossenpoep, met het kenmerkende puntje. Zo te zien had er konijn met bessen (mogelijk wegedoorn) op het menu gestaan.
Bovenaan het duin vlak voor de bomengrens waren rondom een groepje dode bomen een aantal interessante sporen van kleine dieren te zien: een soort rupsbandspoor van een kever (schept hoopjes zand om), een paddenspoor (nageltjes zichtbaar, beetje draaiend om spooras) en een massa pootafdrukken van kleine vogeltjes.
Weer dichterbij het water in het vochtige zand waren veel afdrukken van vogels, onder andere meeuwen (zwemvlies) en kraaien. Ook afdrukken van de poot van de blauwe reiger: kenmerk achterteen is korter dan de voorteen en staat een beetje schuin ten opzichte van de voorteen. Heel bijzonder was dat we aan de waterrand sterrenschot vonden. Sterrenschot is geleiachtig braaksel van (o.a.) een reiger dat bestaat uit gelei,eieren en eierstokken van kikkers, in de maag van de vogel opgezwollen en vervolgens uitgespuugd.
Zoals te verwachten ontbraken de sporen van damherten en reeën niet. Mooi was te zien dat deze dieren een gesnoerd spoor hebben en dat soms de afdruk van de achterpoot samenvalt met die van de voorpoot. Het verschil in grootte tussen damhert- en reeprent was duidelijk. Bij het damhert zijn meestal de bijhoeven te zien, bij het ree niet. Bij het ree staan bovendien de afdrukken iets naar buiten gericht (scherpe buitenrand).
Als verrassing vonden we tussen de vele voetsporen van de joggers in het natte zand ook nog het spoor van een marterachtige: een sprongspoor met afdrukken in groepjes van vier dichtbij elkaar staande prenten met heel duidelijke teenafdrukken.
Het tweede deel van de excursie voerde ons tussen de struiken., loof- en naaldbomen door op zoek naar wissels en vraatsporen. We roken allen aan de ingang van een konijnenhol om na te gaan of het nog bewoond was (onduidelijk resultaat) en zagen vele smalle wissels (snoergang herten/reeën). Door het ontbreken van haarresten en uitwerpselen was niet te determineren welke dieren van de wissels gebruikmaken. Wel zagen we hier en daar een schuurboom van hert of ree. In het naaldbomenbos deed iedereen zijn best om dennenappels met vraatsporen (een muis doet het netter dan een eekhoorn) te vinden, maar dat viel niet mee. Gabriël keurde de meeste van onze vondsten af.
Na afloop van de “officiële” excursie is een kleine groep cursisten met Gabriël meegelopen naar de wisentenweide in het Kraansvlak. In 2007 en 2008 zijn hier in totaal zes wisenten uitgezet. Inmiddels zijn er al vier kalfjes geboren. We hadden geluk en hebben de gehele kudde goed kunnen bekijken. Een mooi slot van een interessante excursie.
Met dank aan Gabriël voor zijn enthousiaste begeleiding en de vele verrassende ontdekkingen en aan Gert-Jan voor zijn mooie foto’s die ik als geheugensteuntje en voor de beschrijvingen heb gebruikt.
Tips:
• Private Life of the Rabbit, auteur R.M. Lockley. Aanbevolen door Gabriël.
• Wel en wee van de wisenten in het Kraansvlak: www.wisenten.nl
Nog meer interessante dingen:
- insectengang, horizontaal vlak onder (nat) zandoppervlak
- wildeasperge draagt mooie rode bessen
- eikengallen
- duindoorns staan vol bessen
- hetzelfde geldt voor meidoorn, wegedoorn en kardinaalsmuts
- uitwerpselen van reeën, konijnen, ganzen en runderen
- dode bosspitsmuis
- gaatjes van insecten of spechten in dode bomen
- sporen van honden (verboden toegang!)
- eikelverzamelende gaaien
Trudy du Chattel
maandag 28 september 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)








