23 januari, verslag excursie Vogeleiland , Amsterdamse Bos.
Op weg naar het Vogeleiland werden we wakker geschud door een boomklever, met zijn typische geluid ‘plieuw plieuw’.
Deze excursie waren er 10-minuten praatjes van Annemarie, en van Joanne en Aleid.
Annemarie opende met wat geschiedenis.
Het Vogeleiland is ontstaan door een idee van Piet Brander en is 3 ha groot.
Het idee was om er verschillende biotopen aan te leggen, om bepaalde vogels aan te trekken.
Bijv; een schelpenstrandje voor Plevier, visdief, en een oeverwal voor ijsvogel en oeverzwaluw.
Bossages voor kleine zangvogels en een rietlandje voor Baardmannetje, karekiet enz.
Maar door o.a. het opgroeien van het bos eromheen, kwamen die soorten niet.
Daarna besloot men er een heemtuin van te maken met als gebiedjes; duingebied, moerasgebied, heuvellandschap en akker.
Door gebrek aan geld is het na aanleg niet goed meer onderhouden en is er een lekker verwilderd stukje ontstaan.
Er is nog wel genoeg te zien.
Het zien begint bij de bekende soorten, en daarna af en toe een soort tegenkomen en erbij leren.
Annemarie liet ons dmv een ‘bingo’kaart goed kijken en luisteren. Degenen die het meeste van het kaartje gezien en gehoord hadden, wonnen een kunstig en snel gefabriceerde ballon-papagaai. Erg leuk !
Het idee van een ‘bingo’ is op vele manieren toe te passen. Voor zowel planten, vogels, insekten, en andere inrichtings elementen in een gebied.
Ondertussen was er veel te zien;
Heggerank tot hoog in de bomen, heel veel sneeuwklokjes, grote bonte specht, enz.
Aleid had een interessant verhaal over de eigenlijke ontwerpster van het A’damse bos; Jacoba Mulder.
Zij was de eerste stedebouwkundige en heeft naast het A’damse bos nog Nieuw-west, Spaarnwoude en A’veen ontworpen.
Bekendheid kregen stedebouwkundigen pas na WO-2, vandaar dat ze niet zo bekend is. Jammer, want als vrouw die in 1918 begon met dergelijke studie is het onthouden waard.
Joanne vertelde leuke details over voorkomende vogels.
De boomklever metselt spechtgaten dicht met modder, zodat de opening klein genoeg is om het als nestholletje te gebruiken. Het goudhaantje is het kleinste vogeltje in Nederland, 4-6 gram, en houd o.a. van (giftige!) taxus.
Kortom; handige informatie om mee te nemen.
Met Aleid en Joanne liepen we richting Geitenboerderij en onder een stel hoge bomen floot een vogel een aparte roep. We konden er niet achter komen wat het was, maar het leek een lijsterachtige. Helaas vloog hij weg.
Bij het verder lopen door het bos richting Geitenboerderij deed Carla ons nog wat tips aan de hand om m.n. kinderen te laten kijken.
Plak plakband op boomschors, en daarna op een vel papier. De structuur van de bast is zo goed te zien.
Of meet de ouderdom van een boom; de omtrek : 10 x 4, is het aantal jaren oud bij benadering.
Een manier om de hoogte te meten leek niet helemaal te kloppen, maar er zijn handige dingen voor te krijgen (bij natuurmonumenten bijv) om dat te doen, helaas had ik hem niet bij me.
Richting Geitenboerderij waren er nog (platte!) vleermuiskasten te zien hoog tegen een paar beuken.
Het was voor een aantal cursisten, te koud om stil te staan, te slenteren en verder te verkleumen. Dus mijn verhaal stopt bij het vluchten naar de geitenboerderij voor warme koffie !
Maar; als het weer warmer wordt is hier dus genoeg te zien en te doen.
Margo
zondag 24 januari 2010
zaterdag 23 januari 2010
zaterdag 23 januari 2010
Verslag 23 januari 2010 op het vogeleiland in het Amsterdamse bos.
Met ze tweeëntwintigen gingen we onderweg naar het vogeleiland, we hoorde (zagen) al snel een boomklever.
Op het vogeleiland aangekomen begon Annemarie met een 10 minuten praatje. Ze vertelde in het kort iets over de geschiedenis van het vogeleiland. In eerste instantie was het zo ingericht om vogels en reptielen te trekken. De vogels die ze in gedachte hadden kwamen alleen niet. Daarna werd het een heemtuin en nu is het een rustige plek waar veel vogels hun snavel laten zien. Ook eekhoorns komen heel dicht bij je als je maar stilzit.
Annemarie wilde een vogelbingo doen. We kregen allemaal een briefje met 8 vogels of iets vergelijkbaars. Zoals een vliegtuig, veertje, staartmees, nestkastje, merel, goudhaantje, ekster en boomklever. Die 8 punten moest je zoeken of horen en wie er de meeste gehoord of gezien had, had natuurlijk gewonnen.
Ik vond het erg leuk om te doen en iedereen was zo stil
Aleid en Johanna hadden hun 20 minuten rondleiding. Die hadden ze voorbereid vanaf de geitenboerderij naar het vogeleiland. Alleen tijdens hun voorbereiding was het een compleet andere wereld er lag namelijk sneeuw. Dat was nu geheel verdwenen. Aleid vertelde nog het een en ander over Jacoba Mulder.
Tijdens de wandeling naar de geitenboerderij hebben we nog een paar opdrachten gekregen van Carla. Met een plakbandje op de boom en dan op een vel wit papier plakken, dan heb je de vingerafdruk van de boom. Ook met een papiertje en een krijtje krijg je leuke afdrukken.
Bij de geitenboerderij konden we weer een beetje opwarmen, want we hadden het wel een beetje koud gekregen van het vele zitten. Verder was het een gezellige en toch nog droge dag.
Femke Hoonhout
Met ze tweeëntwintigen gingen we onderweg naar het vogeleiland, we hoorde (zagen) al snel een boomklever.
Op het vogeleiland aangekomen begon Annemarie met een 10 minuten praatje. Ze vertelde in het kort iets over de geschiedenis van het vogeleiland. In eerste instantie was het zo ingericht om vogels en reptielen te trekken. De vogels die ze in gedachte hadden kwamen alleen niet. Daarna werd het een heemtuin en nu is het een rustige plek waar veel vogels hun snavel laten zien. Ook eekhoorns komen heel dicht bij je als je maar stilzit.
Annemarie wilde een vogelbingo doen. We kregen allemaal een briefje met 8 vogels of iets vergelijkbaars. Zoals een vliegtuig, veertje, staartmees, nestkastje, merel, goudhaantje, ekster en boomklever. Die 8 punten moest je zoeken of horen en wie er de meeste gehoord of gezien had, had natuurlijk gewonnen.
Ik vond het erg leuk om te doen en iedereen was zo stil
Aleid en Johanna hadden hun 20 minuten rondleiding. Die hadden ze voorbereid vanaf de geitenboerderij naar het vogeleiland. Alleen tijdens hun voorbereiding was het een compleet andere wereld er lag namelijk sneeuw. Dat was nu geheel verdwenen. Aleid vertelde nog het een en ander over Jacoba Mulder.
Tijdens de wandeling naar de geitenboerderij hebben we nog een paar opdrachten gekregen van Carla. Met een plakbandje op de boom en dan op een vel wit papier plakken, dan heb je de vingerafdruk van de boom. Ook met een papiertje en een krijtje krijg je leuke afdrukken.
Bij de geitenboerderij konden we weer een beetje opwarmen, want we hadden het wel een beetje koud gekregen van het vele zitten. Verder was het een gezellige en toch nog droge dag.
Femke Hoonhout
vrijdag 18 december 2009
zaterdag 12 december
Excursie verslag de Braak 11-12-2009.
De zon scheen, het was koud en klokslag 10 uur vertrokken we in 3 groepjes het parkje in.
Ik liep mee met de groep van Bas waarbij ook Anthonie zich had aangesloten, en dat had zo zijn voordelen….(hierover later meer)
Het parkje is een soort openluchtmuseum. Want in dit park (samen met het Thijssepark) staan 550 soorten bomen en struiken, waarvan 80 % op de rode lijst!
Het park beslaat 5 ha. en is even groot als het Thijssepark. Het lijkt echter veel kleiner door de indeling. Het meertje is ooit ontstaan door een doorgebroken dijk. Het park bestaat grotendeels uit veengrond wat tegen beter weten in, steeds opnieuw weer opgehoogd moet worden. Anders verzakt het. Door de zuurstof die er bij komt wordt het verteerd en klinkt het in. Als je er niets aan zou doen, zou het binnen twee jaar een broekbos worden.
Het ophogen, wieden, baggeren van de vijver, het renoveren van de bruggen, en ander grondwer,k wordt door vier mensen gedaan, fulltime.
Het park kost veel geld maar het is de inwoners van Amstelveen er veel aan gelegen om ze te behouden; men is trots op zijn parken en daarom staan hier nog steeds geen luxe woningen!
Gespotte vogels (niet door mij, want ik was druk aan het opschrijven): Halsbandparkiet (met rode bef), vlaamse gaai, meerkoeten (ong. 30 stuks, en aardig om te weten is dat je ze heel makkelijk kunt pakken als je je hand boven de plek houdt waar ze onder water zijn gedoken; ze komen nl. altijd weer op dezelfde plek boven..), merel, groene specht (jaagt op mieren en goed te zien omdat ze ‘s winters altijd op plekken zoeken waar het pas gemaaid is), blauwe reiger (zit er het hele jaar door), zwanen en krakeenden. Krakeenden pakken het eten van de meerkoet, zodra deze duikt en zijn eten loslaat.
Het park kent veel wintergasten, waaronder de nijlgans, kuifeenden en aalscholvers (als de vijver openblijft/niet dichtvriest). Aalscholvers hebben geen vetklieren, i.t.t. veel andere vogels; als ze uit het water komen zijn ze loeizwaar van het water. Ze spreiden dan hun vleugels om ze te drogen.
Bas attendeert ons op een groot spechtengat; de specht denkt een insect te zien en begint een gat te hakken in een boom.
Ook wijst hij ons op de niche van een koolmees; een houten vogelhuisje want er zijn geen oude rotte bomen om gaatjes in te maken. Als het gat van het vogelhuisje klein is, diameter 2 euro, dan zit er een pimpelmeesje in. Is het gat groter, dan past het koolmeesje erdoor en verjaagt hij de pimpelmees.
We zien al uitlopers van de daslook en de zomerklokjes…
Weinig paddenstoelen; zwavelkoppen, geweizwammen, rode meniezwam en een niet gedetermineerde plaatjeszwam.
Later kwam Carla nog met een vondst; het viltig judasoortje, gevonden op een oude stronk.
De haagbeuk is te herkennen aan zijn gespierde stam. Jonge exemplaren houden hun blaadjes vast om hun knoppen te beschermen.
Dubbelloof, een varensoort, heeft groene bladeren voor fotosynthese en aparte voor sporen; deze staan hoger dan de rest en vangen meer wind, voor de verspreiding.
Gelukkig liet Anthonie ons nu de binnenkant van zijn werkkeet zien, waardoor mijn vingers weer konden ontdooien en we allemaal werden getrakteerd op koffie.
Lang leve Anthonie!
Helaas was er dit keer niemand jarig dus geen zangpartijen en koek..
Hannie vertelde nog even waar het woord pechvogel vandaan kwam; de pechvogel is gemaakt van stof en werd vroeger naar een lastige leerling gegooid. Deze ving hem op, bracht hem naar de meester/juf terug, en kreeg als dank een mep met een meetlat of riet op de de handen.
Allemaal een goed nieuw jaar gewenst!
Groet, Brigit van Tongeren
De zon scheen, het was koud en klokslag 10 uur vertrokken we in 3 groepjes het parkje in.
Ik liep mee met de groep van Bas waarbij ook Anthonie zich had aangesloten, en dat had zo zijn voordelen….(hierover later meer)
Het parkje is een soort openluchtmuseum. Want in dit park (samen met het Thijssepark) staan 550 soorten bomen en struiken, waarvan 80 % op de rode lijst!
Het park beslaat 5 ha. en is even groot als het Thijssepark. Het lijkt echter veel kleiner door de indeling. Het meertje is ooit ontstaan door een doorgebroken dijk. Het park bestaat grotendeels uit veengrond wat tegen beter weten in, steeds opnieuw weer opgehoogd moet worden. Anders verzakt het. Door de zuurstof die er bij komt wordt het verteerd en klinkt het in. Als je er niets aan zou doen, zou het binnen twee jaar een broekbos worden.
Het ophogen, wieden, baggeren van de vijver, het renoveren van de bruggen, en ander grondwer,k wordt door vier mensen gedaan, fulltime.
Het park kost veel geld maar het is de inwoners van Amstelveen er veel aan gelegen om ze te behouden; men is trots op zijn parken en daarom staan hier nog steeds geen luxe woningen!
Gespotte vogels (niet door mij, want ik was druk aan het opschrijven): Halsbandparkiet (met rode bef), vlaamse gaai, meerkoeten (ong. 30 stuks, en aardig om te weten is dat je ze heel makkelijk kunt pakken als je je hand boven de plek houdt waar ze onder water zijn gedoken; ze komen nl. altijd weer op dezelfde plek boven..), merel, groene specht (jaagt op mieren en goed te zien omdat ze ‘s winters altijd op plekken zoeken waar het pas gemaaid is), blauwe reiger (zit er het hele jaar door), zwanen en krakeenden. Krakeenden pakken het eten van de meerkoet, zodra deze duikt en zijn eten loslaat.
Het park kent veel wintergasten, waaronder de nijlgans, kuifeenden en aalscholvers (als de vijver openblijft/niet dichtvriest). Aalscholvers hebben geen vetklieren, i.t.t. veel andere vogels; als ze uit het water komen zijn ze loeizwaar van het water. Ze spreiden dan hun vleugels om ze te drogen.
Bas attendeert ons op een groot spechtengat; de specht denkt een insect te zien en begint een gat te hakken in een boom.
Ook wijst hij ons op de niche van een koolmees; een houten vogelhuisje want er zijn geen oude rotte bomen om gaatjes in te maken. Als het gat van het vogelhuisje klein is, diameter 2 euro, dan zit er een pimpelmeesje in. Is het gat groter, dan past het koolmeesje erdoor en verjaagt hij de pimpelmees.
We zien al uitlopers van de daslook en de zomerklokjes…
Weinig paddenstoelen; zwavelkoppen, geweizwammen, rode meniezwam en een niet gedetermineerde plaatjeszwam.
Later kwam Carla nog met een vondst; het viltig judasoortje, gevonden op een oude stronk.
De haagbeuk is te herkennen aan zijn gespierde stam. Jonge exemplaren houden hun blaadjes vast om hun knoppen te beschermen.
Dubbelloof, een varensoort, heeft groene bladeren voor fotosynthese en aparte voor sporen; deze staan hoger dan de rest en vangen meer wind, voor de verspreiding.
Gelukkig liet Anthonie ons nu de binnenkant van zijn werkkeet zien, waardoor mijn vingers weer konden ontdooien en we allemaal werden getrakteerd op koffie.
Lang leve Anthonie!
Helaas was er dit keer niemand jarig dus geen zangpartijen en koek..
Hannie vertelde nog even waar het woord pechvogel vandaan kwam; de pechvogel is gemaakt van stof en werd vroeger naar een lastige leerling gegooid. Deze ving hem op, bracht hem naar de meester/juf terug, en kreeg als dank een mep met een meetlat of riet op de de handen.
Allemaal een goed nieuw jaar gewenst!
Groet, Brigit van Tongeren
zaterdag 12 december
Excursieverslag Park De Braak
Hoe komen we de winter door? 12 december 2009
Wij verzamelden bij de banpaal aan de Amsterdamseweg. Op deze paal uit 1625 staat Terminus proscriptionis, daaronder vertaald als “Uiterste palen der ballingen”. Deze banpaal was oorspron-kelijk geplaatst naast het toegangshek van de voormalige buitenplaats 'Elsrijk'. De ban (het rechts-gebied) van Amsterdam reikte tot 5 mijl (± 7½ km) uit het centrum van de stad; een banneling mocht daar niet voorbij gaan. Van de zes banpalen die er rond Amsterdam stonden zijn er nog drie over. De andere twee staan aan de Amsteldijk Noord bij nr. 65 en in het oude dorp Sloten.
Park De Braak is in 1939 gesticht in de toen gebouwde villawijk aan de Amsterdamseweg. Als reactie op de “mislukking” van het Broersepark (1927), waarin de exoten het op veengrond slecht deden, heeft C.P. Broerse, directeur van de Plantsoenendienst, besloten dit park te beplanten met veen¬planten en een kas neer te zetten voor kweek. De naam komt van een oude dijkdoorbraak van de Nieuwe Meer.
De Kardinaalsmuts droeg nog de laatste vruchtjes en was herkenbaar aan de “pyamastrepen” op de bast. Ik ging met het groepje van Wies mee, waarin ook de gidsen Albert en Bep, en cursisten Marit, Margo en Alex meeliepen. Albert wees ons op een nog juveniele Blauwe Reiger met grijsblauwe veren en gele snavel, die overigens snel opvloog.
Thema voor de wandeling: natuur in de winter. Bomen laten hun blad vallen omdat er onvoldoende zonlicht is voor fotosynthese, en bladeren wel vocht verdampen en wind vangen. Jonge haagbeuken en eiken houden echter het dorre blad vast ter bescherming tegen de kou; het blad krult op en vangt minder wind. De op de grond gevallen bladeren isoleren de kleine planten en dieren eronder. Onder verdorde varenstruiken heerst een zacht microklimaat voor dieren en planten.
Sommige planten kunnen met hun groene delen de vorst weerstaan omdat zij “antivries” in hun bladeren hebben, een vrij geconcentreerde oplossing van o.a. suikers.
We zagen een Stengelloze Sleutelbloem in bloei, later nog bloeiende anjers, Gaspeldoorn en Verfbrem en een klokje. Zelfs enkele plantjes van de merendeels uitgebloeide Dopheide vertoonden nog bloemen.
Verschillende planten konden we alleen aan de bladvorm herkennen; dat viel niet altijd mee. De winter is wel de ideale tijd voor mos, en dankzij Wies hebben we “tig” soorten leren kennen.
In De Braak zitten behalve watervogels ook andere soorten, zoals lawaaiige halsbandparkieten, kraaiachtigen en mezen. Leuk was dat Marit op een zonnig moment de feloranje borst van een Boomklever op een tak ontdekte.
Zelfs op deze winterse dag groeiden er nog enkele paddestoelen: piepklein Geel hoorntje op hout, her en der Elfenbankjes, Geweizwam en Geelbruine Plaatjeshoutzwam. Interessant was ook het Schaafstro, volgens Wies een voorbeeld van apicale dominantie: de stengeltop (apex) bevat het meeste groeihormoon, dus er ontwikkelen zich geen zijscheuten – tenzij de top wordt beschadigd, dan zie je allerlei vertakkingen. De as van het schaafstro bevat veel kiezel en is dus een geschikt schuurmiddel, vandaar de naam.
We hadden het behoorlijk koud gekregen op deze eerste echt winterse dag, dus het was een aangename verrassing dat Anthony – aldaar werkzaam – de directiekeet voor ons openstelde en warme koffij uitschonk. Daarom kan ik hem vergeven dat hij mijn pet in een zijkamertje verstopte, zodat ik met koude oren terug dreigde te moeten. Ach, volgens Carla wordt door de natuurgidsen onderling veel gedold, dus wij beginnen het aardig te leren. Brigit zwijmelde bij een Viltig Judasoor.
Verkwikt verdergaand zagen we nog de opvallend gladde stam van de Lijsterbes. Omdat de zon intussen warmer was gaan schijnen kwam er een enkel Lieveheersbeest en een mugje (of twee?) tevoorschijn. De gewone brem (Bezembrem) blijkt met de knalgroene takken ook ’s winters aan fotosynthese te doen. Een gapende zoetwatermossel naast de sloot viel ook op.
Wij hadden de kou lang genoeg getrotseerd, tenslotte moeten wij ook de winter door. Na elkaar prettige feestdagen te hebben gewenst gingen we huiswaarts.
Gert-Jan Roebersen.
Bomen en struiken:
Berk (Betula sp.)
Bezembrem
Brem
Eik (Quercus sp.)
Els
Gagel
Gaspeldoorn
Gelderse roos
Haagbeuk
Hulst (mineersporen)
Jeneverbes
Kamperfoelie (parasiet op boom)
Kornoelje
Kruipwilg
Lijsterbes
Meidoorn (eenstijlig)
Spaanse aak
Stekelbrem
Verfbrem
Zuurbes
Planten:
Beenbreek
Bosanemoon
Dopheide
Gele dovenetel
Kardinaalsmuts
Kraaiheide
Moeraswespenorchis
Muurpeper
Paarbladig goudveil
Riet
Steenanjer
Stengelloze sleutelbloem
Struikheide
Veenbes
Vossebes
Vrouwenmantel
Wrangwortel (Helleborus viridus)
Zomerklokje
Sporenplanten:
Gewone eikvaren
Reuzenpaardenstaart
Schaafstro
Mossen:
Bekermos
Gaffeltand
Groot laddermos
Haakmos
Haarmos
Klauwtjesmos
Levermos
Pluisdraad
Paddestoelen:
Elfenbankjes
Geelbruine plaatjeshoutzwam
Geelhoorntje
Geweizwam
Krulzwam
Viltig Judasoor
Vogels:
Aalscholver
Blauwe reiger
Boomklever
Ekster
Goudhaan
Halsbandparkiet
Knobbelzwaan
Koolmees
Krakeend
Kuifeend ♀
Meerkoet
Soepeend
Zwarte kraai
Insecten:
Lieveheersbeest
Mug
Overig:
Zoetwatermossel (schelp)
Hoe komen we de winter door? 12 december 2009
Wij verzamelden bij de banpaal aan de Amsterdamseweg. Op deze paal uit 1625 staat Terminus proscriptionis, daaronder vertaald als “Uiterste palen der ballingen”. Deze banpaal was oorspron-kelijk geplaatst naast het toegangshek van de voormalige buitenplaats 'Elsrijk'. De ban (het rechts-gebied) van Amsterdam reikte tot 5 mijl (± 7½ km) uit het centrum van de stad; een banneling mocht daar niet voorbij gaan. Van de zes banpalen die er rond Amsterdam stonden zijn er nog drie over. De andere twee staan aan de Amsteldijk Noord bij nr. 65 en in het oude dorp Sloten.
Park De Braak is in 1939 gesticht in de toen gebouwde villawijk aan de Amsterdamseweg. Als reactie op de “mislukking” van het Broersepark (1927), waarin de exoten het op veengrond slecht deden, heeft C.P. Broerse, directeur van de Plantsoenendienst, besloten dit park te beplanten met veen¬planten en een kas neer te zetten voor kweek. De naam komt van een oude dijkdoorbraak van de Nieuwe Meer.
De Kardinaalsmuts droeg nog de laatste vruchtjes en was herkenbaar aan de “pyamastrepen” op de bast. Ik ging met het groepje van Wies mee, waarin ook de gidsen Albert en Bep, en cursisten Marit, Margo en Alex meeliepen. Albert wees ons op een nog juveniele Blauwe Reiger met grijsblauwe veren en gele snavel, die overigens snel opvloog.
Thema voor de wandeling: natuur in de winter. Bomen laten hun blad vallen omdat er onvoldoende zonlicht is voor fotosynthese, en bladeren wel vocht verdampen en wind vangen. Jonge haagbeuken en eiken houden echter het dorre blad vast ter bescherming tegen de kou; het blad krult op en vangt minder wind. De op de grond gevallen bladeren isoleren de kleine planten en dieren eronder. Onder verdorde varenstruiken heerst een zacht microklimaat voor dieren en planten.
Sommige planten kunnen met hun groene delen de vorst weerstaan omdat zij “antivries” in hun bladeren hebben, een vrij geconcentreerde oplossing van o.a. suikers.
We zagen een Stengelloze Sleutelbloem in bloei, later nog bloeiende anjers, Gaspeldoorn en Verfbrem en een klokje. Zelfs enkele plantjes van de merendeels uitgebloeide Dopheide vertoonden nog bloemen.
Verschillende planten konden we alleen aan de bladvorm herkennen; dat viel niet altijd mee. De winter is wel de ideale tijd voor mos, en dankzij Wies hebben we “tig” soorten leren kennen.
In De Braak zitten behalve watervogels ook andere soorten, zoals lawaaiige halsbandparkieten, kraaiachtigen en mezen. Leuk was dat Marit op een zonnig moment de feloranje borst van een Boomklever op een tak ontdekte.
Zelfs op deze winterse dag groeiden er nog enkele paddestoelen: piepklein Geel hoorntje op hout, her en der Elfenbankjes, Geweizwam en Geelbruine Plaatjeshoutzwam. Interessant was ook het Schaafstro, volgens Wies een voorbeeld van apicale dominantie: de stengeltop (apex) bevat het meeste groeihormoon, dus er ontwikkelen zich geen zijscheuten – tenzij de top wordt beschadigd, dan zie je allerlei vertakkingen. De as van het schaafstro bevat veel kiezel en is dus een geschikt schuurmiddel, vandaar de naam.
We hadden het behoorlijk koud gekregen op deze eerste echt winterse dag, dus het was een aangename verrassing dat Anthony – aldaar werkzaam – de directiekeet voor ons openstelde en warme koffij uitschonk. Daarom kan ik hem vergeven dat hij mijn pet in een zijkamertje verstopte, zodat ik met koude oren terug dreigde te moeten. Ach, volgens Carla wordt door de natuurgidsen onderling veel gedold, dus wij beginnen het aardig te leren. Brigit zwijmelde bij een Viltig Judasoor.
Verkwikt verdergaand zagen we nog de opvallend gladde stam van de Lijsterbes. Omdat de zon intussen warmer was gaan schijnen kwam er een enkel Lieveheersbeest en een mugje (of twee?) tevoorschijn. De gewone brem (Bezembrem) blijkt met de knalgroene takken ook ’s winters aan fotosynthese te doen. Een gapende zoetwatermossel naast de sloot viel ook op.
Wij hadden de kou lang genoeg getrotseerd, tenslotte moeten wij ook de winter door. Na elkaar prettige feestdagen te hebben gewenst gingen we huiswaarts.
Gert-Jan Roebersen.
Bomen en struiken:
Berk (Betula sp.)
Bezembrem
Brem
Eik (Quercus sp.)
Els
Gagel
Gaspeldoorn
Gelderse roos
Haagbeuk
Hulst (mineersporen)
Jeneverbes
Kamperfoelie (parasiet op boom)
Kornoelje
Kruipwilg
Lijsterbes
Meidoorn (eenstijlig)
Spaanse aak
Stekelbrem
Verfbrem
Zuurbes
Planten:
Beenbreek
Bosanemoon
Dopheide
Gele dovenetel
Kardinaalsmuts
Kraaiheide
Moeraswespenorchis
Muurpeper
Paarbladig goudveil
Riet
Steenanjer
Stengelloze sleutelbloem
Struikheide
Veenbes
Vossebes
Vrouwenmantel
Wrangwortel (Helleborus viridus)
Zomerklokje
Sporenplanten:
Gewone eikvaren
Reuzenpaardenstaart
Schaafstro
Mossen:
Bekermos
Gaffeltand
Groot laddermos
Haakmos
Haarmos
Klauwtjesmos
Levermos
Pluisdraad
Paddestoelen:
Elfenbankjes
Geelbruine plaatjeshoutzwam
Geelhoorntje
Geweizwam
Krulzwam
Viltig Judasoor
Vogels:
Aalscholver
Blauwe reiger
Boomklever
Ekster
Goudhaan
Halsbandparkiet
Knobbelzwaan
Koolmees
Krakeend
Kuifeend ♀
Meerkoet
Soepeend
Zwarte kraai
Insecten:
Lieveheersbeest
Mug
Overig:
Zoetwatermossel (schelp)
Abonneren op:
Posts (Atom)



