zaterdag 20 juni 2009

zaterdag 13 juni 2009

Na afloop van de excursie heb ik het schriftje met mijn bevindingen een paar dagen angstvallig omzeild. Dat lag niet aan het weer, niet aan mijn medecursisten, niet aan de begeleiding en zelfs niet aan de hondepoep. Zo op het oog lijken grassen, russen en zeggen nogal op elkaar en de verschillen zijn zo miniem dat ze moeilijk waarneembaar zijn. Als je dan én probeert waar te nemen én probeert alles op te schrijven dan wil het wel eens mis gaan. In mijn geval was het willen verslagleggen en tegelijkertijd willen ruiken, voelen en horen een beetje te veel van het goede.
Wat me bij is gebleven is de verwondering over het bestaan van de slag bij Amstelveen (waarover hieronder meer), het genot van het horen van het klaterende geluid van de nachtegaal, het roepen van de koekoek, de geur van het reukgras en de warmte van de zon en niet in de laatste plaats het plezier van het gezelschap van mensen, die je niet hoeft uit te leggen waarom je om de vijf minuten stil moet staan bij een plantje.
Om mijn falen als waarnemer een beetje te compenseren, geef ik jullie nu een zinderend historisch verslag van die gedenkwaardige herfst in 1787.

In 1787 leggen de patriotten,in afwachting van de komst van de Pruisen, rond Amsterdam een waterlinie aan. Op dat moment is de Hand(naar Leiden)weg de belangrijkste toegangsweg vanuit het zuiden. Het omringende land is immers onder water gezet. Op de plek waar onze excursie begint stellen pruisische Huzaren op bevel van de hertog van Braunschweig in de laatste week van september 1787 zwaar geschut op met het doel de Handweg vrij te maken. Voor het krieken van de dag – op 1 oktober - wordt de aanval geopend. Hoe ze ook hun best doen, de Pruisen slagen er niet in om door de verdediging van de patriotten heen te breken, die vanuit wat nu het Oude Dorp is de Handweg onder vuur houden. Negen dagen later capituleert Amsterdam toch en gaat de geschiedenis verder.
Voor de flora en fauna van ons gebied heeft het allemaal niets uitgemaakt. De poel is gek genoeg – na in dertiende eeuw ontveend te zijn – nooit drooggemalen en dat betekent dat het landschap van die gedenkwaardige herfst van 1787 praktisch hetzelfde is gebleven. Alleen de Noorddammerbrug is weg en de kleine waterplas aan de andere kant drooggemalen (nu de parkeerplaats van café Silversant)
Het grote verschil is dat waar toen de Zwarte (of de Schinkel-) polder zich uitstrekte, nu het Amsterdamse bos ligt.

Hieronder volgt een poging om de grassen, russen en zegge(s)/(n), die we gezien hebben in de volgorde waarin we ze gezien hebben te beschrijven. De engelwortel, het zilverschoon, de ratelaar, de orchideeen, de koningsvaren, de kleine lisdodde (brak water!), de viervlek en de zonnedauw moeten volstaan met deze zin.

Nederlandse naam
Latijnse naam
Familie
Kenmerken
Riet
Phragmites australis
Grassenfamilie
Knik in het blad, zogeheten duivelsbijt
In de overgang van bladschede naar bladschijf een vliezig tongetje
Rietgras
Phalaris arundinace
Grassenfamilie
In de overgang van bladschede naar bladschijf een harig tongetje
Ruw beemdgras
Poa trivialis
Grassenfamilie
Stengel voelt ruw aan
Straatgras
Poa annua
Grassenfamilie
De plant is aan een kant plat (‘de bus is erlangs gereden’
Engels raaigras
Lolium perenne
Grassenfamilie
Glanst
Gladde witbol of fluweelgras
Holcus mollis
Grassenfamilie
Zacht, met volle aar, kale stengel
Gestreepte witbol
Holcus lanatus
Grassenfamilie
Zacht, met volle aar, behaarde stengel
Gewoon reukgras
Anthoxanthum odoratum
Grassenfamilie
Zoete, caramelgeur door aanwezigheid van cumarine
Kropaar
Dactylis glomerata
Grassenfamilie
Aren voelen hard aan
Frans raaigras of Glanshaver
Arrhenaterum elatius
Grassenfamilie
Heeft in onderscheid van engels raaigras een gedraaid blad, heeft uitgesproken lange kafnaald aan een kant van
Vossestraat
Alopecurus
Grassenfamilie
Aren rijpen in verschillende stadia
Biezeknoppen
Juncus conglomeratus
Russenfamilie
Lijkt op pitrus, maar heeft compactere bloem
Hangende zegge
Carex pendula
Cypergrassenfamilie

Pluimzegge
Carex paniculata
Cypergrassenfamilie

Heen of Zeebies
Scirpus maritimus
Cypergrassenfamilie

Hennegras
Calamagrostis canescens
Grassenfamilie

Beemdlangbloem
Festuca pratensis
Grassenfamilie

Veenpluis
Eriophorum angustifolium
Cypergrassenfamilie

Veldrus
Juncus acutiflorus
Russenfamilie

Timoteegras
Phleum pratense
Grassenfamilie
‘Timotee buigt mee, vos laat los’


En als slot het onvolprezen versje, dat Wies ons leerde:
Sedges have edges
Russes are round
Grasses are hollow
From the top to the ground

Hieronder nog twee sites, die zeker de moeite waard zijn om te bekijken als je achtergrondinformatie van een gebied nodig hebt. Vooral de site van het kadaster is interessant omdat je over een van de historische kaarten de actuele kaart kan leggen en zo goed kan zien wat er de laatste 100 tot 150 jaar veranderd is.

http://www.historiekaart.nl/
http://www.stelling-amsterdam.nl/

vrijdag 19 juni 2009

zaterdag 13-06-'09

Verslag van Brigit over de excursie rond De Poel Bovenkerk 13 juni 2009.
Onderwerp: grassen
Aanwezig zijn: 23 mensen
Grappig is om te zien hoe het gebied veranderd is sinds ons vorige bezoek; waar je voorheen ver weg kon kijken, staan er nu allerlei hoge grassen die je het zicht belemmeren.
Over grassen gesproken: 80 % van ons voedsel komt van gras, direct via granen, rijst, en indirect via de dieren( o.a. koeien) die we eten.
Grassen hebben een hele mooie structuur; ik vind ze persoonlijk zeer esthetisch.
Alles hangt naar buiten, stampers, meeldraden i.t.t. de meeste bloemen, knoppen.
Ze zijn zeer divers van vorm.
Grassen die we gezien en besproken hebben:
- Rietgras, groot en fors, kleurt in de zon vaak rood
- Kruipertje, als die in je mouw terechtkomt, kruipt het vanzelf omhoog
- Kropaar, laag gras
- Ruw beemdgras, een ruwe stengel
- Witbol, voelt fluwelig, in het engels; fluweelgras
- Liesgras, heel dik, gaat pyramidevormig uitstaan
- Pitrus, omdat je het merg er uit kunt halen, in schapenvet hangen en drogen werd het vroeger gebruikt als lont in olielampen. Niemand lust het; dieren nog mensen.
- Straatgras, in het voorjaar, familie van Poa, eenjarig driekantige pluim die 2 dimensionaal/plat is, door “de bus die er langs rijdt”
- Frans raaigras
- Pluimzegge, soort cypergras
- Engels raaigras, voedzaam maar zeer slecht verteerbaar voor koeien, vandaar de diarree bij koeien.
- Een cypergras, met rimpelige blaadjes
- Reukgras, na maaien komt er een toffiegeur, er zit cumarine in wat bloedverdunnend is. (Als koeien dit alleen maar eten gaan ze dood aan inwendige bloedingen)
Het verschil tussen russen en cypergrassen: cypergrassen zijn ofwel rond of hebben een driekantige stengel die gevuld is met merg.

dinsdag 2 juni 2009

zaterdag 23-05-'09

Excursie 24 mei 2009 Middelpolder (verslag door Annemarie)

Weersomstandigheden: droog, zonnig, warm.
Groep van Bas
Vertrekpunt: hoek Oranjelaan/Bankrasweg

De excursie was een illustratie van de theorieles op woensdag: hoe het polderlandschap tot stand is gekomen. Op de plek waar we begonnen met de fietsexcursie is zowel bovenland als benedenland te zien. Het bovenland heeft een ringsloot en een dijk eromheen, en ligt hoog omdat het nooit verveend is. Dit betekent dat het nooit is afgeplagd of uitgebaggerd: al het veen ligt er nog. De bodem bestaat hier daarom ook uit een aantal meter veen, daaronder klei, en dan zand. De Middelpolder is het benedenland en ligt duidelijk lager, omdat deze polder is verveend en drooggelegd. De polders zijn niet te groot, want als de meren die ontstonden door de veenwinning te groot waren, dan werd het gevaarlijk met storm. Bij het grondboren zagen we de verschillende bodemsoorten: in de Middelpolder zit na ongeveer een meter blauwe/grijze klei: waarschijnlijk
overwegend zeeklei, ruikt ook zoutig, kan schelpjes bevatten. In bovenland vonden we veen, dat is roodachtig, oxideert en is binnen een uur zwart.

Amstelveen is gebouwd op de Middelpolder en de Bovenkerkerpolder. Wetenswaardigheden: de Beneluxbaan loopt door beide polders, en om te voorkomen dat overstromingen dankzij de Beneluxbaan van de ene naar de andere polder doorstromen, zitten er kleppen onder de Beneluxbaan om eventuele overstroming van de ene polder naar de andere polder te voorkomen. Ander feitje: aan de Amstel ligt het Landhuis Oostermeer, dat zoals de naam zegt, ooit ten oosten van een meer lag. Dit meer is er niet meer, want dat is ooit weggebaggerd en vervolgens drooggelegd.

De eerste stop was bij de gemeentelijke composthoop, het gevolg van GFT-afval inzameling. De inwoners van Amstelveen kunnen dit eens in de zoveel tijd komen ophalen als schoon compost.
Er staan veel verschillende soorten grassen. Bas raadt af om ze allemaal te leren, er zijn er alleen rond Amstelveen al meer dan 50 soorten. Het beste is om de best herkenbare te leren, dan weet je er in elk geval een paar. Hij noemt hierbij de geknikte vossestaart, die paars bloeit, en de witbol, met harige stengel en blad, en een paarsige pluim,. De witbol heeft steeds 2 kwastjes die samen uit de stengel groeien. Naast grassen zijn er 3 soorten schijngrassen: russen, biezen en zeggen. Het weiland waar we op uitkijken is een blauwgrasveld, dat is een gevarieerd stuk grasland met veel soorten gras en bloemen, dat niet zo vaak gemaaid wordt. Lekkerder voor de koeien. Verlanding van slootjes gaat snel en is goed zichtbaar: riet en andere planten groeien steeds verder in het water. Boeren hebben een schouwplicht, wat betekent dat ze de sloten goed open dienen te houden. Kenmerkend voor een veenweidegebied is de hoge grondwaterstand, slechts 10 cm verschil tussen de wei en het water.

Volgende stop was de groenplaats. Daar stond vroeger een boerderij. Dat is te zien aan de bomen (windsingel om het erf) en de moestuin, die nu nog wordt onderhouden door vrijwilligers. De bomen zijn essen, dit is gebruikshout (voor bijvoorbeeld stelen voor hamers en dergelijke). De meidoorns die er groeien geven de indruk dat er ooit een boomgaard heeft gestaan. Bij de vijver vertelde Jos over kikkervisjes. Als visje zijn ze planteneter, ze eten algen. Als je ze voor educatieve doeleinden houdt, neem dan een heel klein beetje dril mee, zoveel als 1 lucifersdoosje. Paddendril zijn kralenkettingen die om planten zitten. Bruine kikkerdril is vroeg en drijft in klonten. Groene kikkerdril zit dieper in het water en komt later in het jaar uit. Voer de kikkervisjes gewoon visvoer, van die vlokjes. Geef ze regelmatig vers water. Als ze achterpootjes en voorpootjes hebben, moet je ze vrij laten, want dan zijn ze vleeseters geworden. Dit gebeurt tegelijkertijd met het verliezen van de staart en dan leven ze van insecten. Als je ze dan groenvoer gaat voeren, gaan ze dood, want dat kan hun spijsverteringsstelsel niet meer aan. De kikkervisjes die we vandaag zagen moeten van de groene kikker zijn geweest, want ze zijn erg laat in het jaar nog visje. De put op het erf is geslagen om methaangas op te vangen (aardgas). Dat zie je aan de belletjes die steeds opstijgen uit het water, die kun je aansteken met een lucifer. Onder de zandlaag ligt namelijk nog een oudere veenlaag, en het gas zit daarin. Door een pijp te slaan tot de onderste veenlaag kon dit gas worden aangeboord, en opgevangen via een omgekeerde metalen bak kon het via pijpleidingen naar huis worden gebracht om daar als brandstof te gebruiken. Het water in de put is ijzerhoudend. Methaangas is broeikasgas. Het zit ook onder de permafrost in Siberië: misschien wel een milieuramp als dat ontdooit!

Soorten (naast die hierboven genoemd zijn):

Planten:
Bomen
Esdoorn
Waterlelie
Verschil raapzaad en koolzaad: raapzaad (met een a van achter) heeft de knopjes achter de bloemetjes. Koolzaad heeft ze voor de bloempjes.

Vogels:
Kieviet
Aalscholver
Zwaluwen
Grutto
Visdiefje
Waterlelie
Scholekster
Buizerd: pakt termiek en draait dus rondjes. Andere roofvogels zoals havik en boomvalk vliegen meer.

Gehoord: pauw en koekoek

dinsdag 26 mei 2009

zaterdag 23-05-'09

Excursie IVN natuurgidsencursus Middelpolder
zaterdag 23 mei 2009

Op deze prachtige lentedag fietsen wij samen met Carla, Bas en Jos Valent vanaf de hoek Bankrasweg/Oranjebaan het pad af naar beneden.
Vanaf dit punt zijn de hoogteverschillen in het landschap goed te zien: richting de Amstel/Amsterdam het bovenland en richting Amstelveen het benedenland.
Bas legt uit dat de eigenaren van de landhuizen aan de Amstel hun vee in het benedenland lieten grazen. Het landhuis Oostermeer duidt op de aanwezigheid van een meer. Het meer lag oorspronkelijk richting Amsterdam maar bestaat nu niet meer.
De sloten zijn niet zo breed om gevaar voor doorbraak te voorkomen hetgeen bij het ontstaan van de Westeinderplas wel is gebeurd.
Amstelveen is deels gebouwd in de drooggemaakte Bovenkerkerpolder en de drooggemaakte Middelpolder. De Ouderkerkerlaan is de grens tussen de beide polders. Bij de Beneluxbaan is er een lage open verbinding tussen deze beide polders en zijn er kleppen gemaakt in het viaduct om bij een eventuele overstroming in een van de polders ze te kunnen scheiden. Eenmaal per jaar wordt met deze kleppen geoefend.

We fietsen verder langs het composteerbedrijf van de gemeente Amstelveen ( de tuinmannenfabriek aldus Jaap) waar al het GFT afval wordt verzameld. De enorme berg takken e.d. wordt regelmatig besproeid, het kan behoorlijk ruiken. In deze omgeving broeden de scholeksters.
Het gebied wordt beheerd door Groengebied Amstelland.
Er zijn in de loop der tijden veel bomen geplant bedoeld voor de recreanten met als bijkomend voordeel dat elke geplante boom subsidie oplevert.
Het gebied biedt een kleurrijk uitzicht op vlakken met gele scherpe boterbloem rode zuring en paarsige grassen.
In de sloot staat riet dat zijn stevigheid ontleent aan de om elkaar geslagen bladeren. Op de plek van het tongetje zit een plukje haar; dat is een kenmerk voor riet.
De sloot is voedselrijk; de bodem bestaat zowel uit zee- als rivierklei met een licht zout aspect.
Hier groeien de grote en de kleine lisdodde ( de kleine heeft een smal blad en de aanwezigheid is een indicatie voor zout in de grond net als bij de zeebies). De lisdodde heeft een peul met zaden met een kurklaagje waardoor de zaden kunnen wegdrijven. Zodra de kurk vergaat zal het zaad zinken en elders nieuwe planten kunnen vormen.

We rijden bij de boezemsloot naar beneden. We komen op een terrein waar vroeger een boerderij stond. Er groeien veel bessen waaronder kruisbessen. (terzijde: de kruisbessenjam van Ikea is de moeite waard).
Verder staan er essen, ze groeien snel en recht omhoog en waren van belang voor de productie van hout.
Bij de ronde gasput haalt Carla een stokje door het water: het water “breekt” hetgeen erop duidt dat met het methaangas CH4 ijzer naar boven komt waar ijzerbacteriën zich aan tegoed doen. Met een brandende lucifer erbij is het bewijs voor het gas rond: de kalveren in de wei zijn stille getuigen. Als het regenboogkleurige vlies op het water niet van ijzerbacteriën afkomstig is maar van olie dan sluit het vlies zich meteen weer, en breekt niet.

Bij de put groeit:
-fluweelgras(Eng): de gestreepte witbol. Het onderste blad heeft witte strepen en kun je vergelijken met een ouderwetse herenpyjama. Het is niet aan te bevelen om gras als tandenstoker te gebruiken omdat er eencellige amoeben in bivakkeren. Op de plek waar het blad tevoorschijn komt zit een dun vliesje, dit is een tongetje. Het bloemetje heeft een kafje(soms naaldje). In de schaduw heeft het een grijswitte kleur en in de zon kleurt het roodachtig.
-ijle dravik, een sierlijk hangend frêle gras waarvan de knoop onbehaard is. De kafjes hebben lange kafnaalden.
-wilgenroosje: bloeit roze. De steel wordt wel als asperge gebruikt, prikkelt achter op de tong.
-kweepeer: de vruchten hebben een slordig uiterlijk. De kweepeer is na koken te eten. Dit geldt ook voor de kleine sierappels ( die hier overigens niet staan); deze geven een roze appelmoes.

Op het terrein is nog een rond poeltje waar flap, (geklitte drijvende algen) groeit. De bubbels op het water duiden op gas. Dit gebied is afgegraven tot de klei. We kunnen nu nog beter het bovenland zien, het voormalige land van het Burgerweeshuis. Hier liepen de koeien die het weeshuis van melk voorzagen. De melk werd per boot over de Amstel naar het weeshuis vervoerd.

Jos neemt een grondmonster met de grondboor op 1 meter diepte. De bovenste laag grond bevat puinresten, daaronder bevindt zich zeeklei (pas na 6 meter diepte begint de zandgrond). De kleur is blauwachtig, het heeft een hele fijne structuur en ruikt iets zoutig. Deze klei is heel geschikt om stenen van te bakken en om te boetseren.
We fietsen verder naar een hoger gelegen gebied aan de oever van een sloot. Daar wordt opnieuw een grondmonster genomen op 1 meter diepte. In feite vindt deze meting plaats onder het waterniveau van de sloot. De verkregen grond bevat plantenresten en is rood getint. Dit is veengrond. Na uitgraven zal de rode kleur na één uur verdwijnen door oxidatie. De grond wordt zwart en klinkt in.
Een gedeelte van het terrein is tot 15 juni voor publiek afgesloten door middel van het blokkeren van de witte bruggetjes. Daarna is het broedseizoen voorbij en is er weer vrije toegang. De koeien zullen het land begrazen en pas daarna zal er gemaaid worden. De eventuele nesten op de grond kunnen met roosters afgedekt worden zodat de koeien eromheen grazen. De pachter van dit gebied heeft een overeenkomst (beheerscontract) met de eigenaar voor deze handelwijze en daarnaast gelden de internationale verplichtingen om de vogels te beschermen.

We fietsen verder en komen bij een boerenschuur bij de Machineweg ( de naam Machineweg duidt op de aanwezigheid van een gemaal; één van de mogelijkheden is dat bij droogte water uit de Amstel gehaald kan worden).
Hier nestelen in de schuur boerenzwaluwen. Hoe langer de staartpen, hoe meer succes de boerenzwaluw bij de zwaluwvrouwtjes heeft. Een grote zilverdistel siert de tuin.
De fietstocht voert ons langs de waterzuiveringsinstallatie. Langs het fietspad staat fluitenkruid en koolzaad.
Om te zien of je te maken hebt met koolzaad of raapzaad doe je de volgende test: pak de steel vlak onder de bloem vast en beweeg de hand omhoog: komen de knoppen boven de bloem uit dan heb je te maken met koolzaad ( ezelsbruggetje: de O van knoppen boven) en blijven de knoppen achter, je ziet ze niet meer, dan is het raapzaad ( de A van achter).

Bij het bruggetje op de hoek van de Machineweg dat leidt naar het gemaal aan de Amstel zien we de verschillende waterniveaus van de omringende landjes. De niveauverschillen zijn noodzakelijk om het land hoog te houden. Jos vertelt dat het water wel door de respectievelijke gronden sijpelt maar erg langzaam. Erik voegt toe dat de doorlaatbaarheid van de dijken regelmatig wordt gemeten.
Tot slot kijken we bij het gemaal aangekomen naar de huiszwaluwen die onder de nok van het gebouw nestelen. De huiszwaluw heeft een witte stuit en een minder lange staart dan de boerenzwaluw.
Voor de geplande overtocht met het pontje is helaas geen tijd meer.

Vogels:
o.a. de havik, buizerd, kievit, fitis, grutto, tureluur, boerenzwaluw, huiszwaluw.

Ida Oosterhof

zondag 17 mei 2009

zaterdag 09-05-'09

Verslag excursie Meander heempark wandeling door Leo van der Sluis
Zaterdag 9 mei 2009 / 10-13 uur
Excursiegroep van Wies Teepe/ Carla de Bruijn

Verzamelen om 10.00 uur bij de Fietstunnel onder de A9 tussen Stadshart (buitenplein) en Lindelaan (burgemeester Rijnderslaan) aan de kant van het Meanderpark
De groep stond al klaar om te gaan beginnen, we splitsen ons in twee groepen.
1 groep gaat met Carla mee en 1 groep bij Wies.
Ik ga met Wies mee.

Inleiding gebied Meander heempark:
Het Meanderpark is een heempark dat begin jaren '60 werd aangelegd op de kale strook tussen A9 en de 6 nieuwe torenflats die daar toen net neergezet waren. Het boeiende ontwerp is van C.P. Broerse.
De naam Meander slaat op de slingerende vorm van het park en paden
Het mooie van dit heempark is dat er een zonkant en een schaduwkant( de kant van de A9 ) is.
De schaduwkant wordt gekenmerkt met een pad van houtsnippers en aan de kant van het water groot Hoefblad en de Inheemse Berenklauw
In de bomen langs die kant leven de Haantjes ( een blauw kevertje)
Deze kant is zeer vochtig en uit de luwte van de wind aangelegd.

Ida gaf ons een 5 minuten praatje over het ontstaan van dit park.
Ik vond dat ze zeer gedreven en enthousiast een mooi verhaal over het ontstaan van het Heempark meander vertelde.
In 1960 is er begonnen met dit park, Ida liet een tekening zien hoe de opbouw van de flats en hun kleuren die men terug vind in de planten, maar ook het bijzondere van de ligging van de waterpartijen, deze zijn steeds gespiegeld. De A9 is veel later pas aangelegd.

De wandeling
We begonnen met een praatje over de gele en oranje papaver, de oranje papaver is een ondersoort van de gele papaver.
Wat kenmerkend van de oranje papaver is dat dit ook wel slaapmutsje wordt genoemd, dit komt doordat de zaaddoos eruit ziet als een puntmutsje. Maanzaad zijn de rijpe zaadjes.

Daarna Zagen we Robertskruid( Geranium Robertianum)
Robertskruid is familie van de Geranium

En werd er een verhaal verteld over de Ooievaarsbek( twee bloemetjes bij elkaar) en de reigersbek(meerdere bloemen, dit omdat reigers in een kolonie leven)

We liepen wat verder en aan de rechterkant van het pad stonden de mooie Voorjaarszonnebloem (Doronicum

Er stonden diverse soorten planten aan beide kanten van het pad.
Bij het water stond de pimpernel
De planten groeien het best op vochthoudende grond.
Daarna kwamen we bij een zuurbes, wies vertelde dat als je 3 keer tegen de meeldraden tikte de meeldraden dicht gingen en iedereen probeerde dat natuurlijk en tot onze verbazing gebeurde dit ook. Dit doet de plant om de insecten even vast te houden zodat zij als ze naar ander planten vliegen daar het zaad kunnen bevruchten
Toen zagen we een beekpunge, het is een vrij kale, iets vlezige plant met bijna rolronde stengels. De kruipende scheuten zijn vooraan opgericht. De bladeren zijn donkergroen, kruisgewijs geplaatst rondachtig, eirond tot elliptisch, kortgesteeld, iets gekarteld en tot 3,5 cm breed en 5 cm lang. Ze zijn glanzend, vrij stevig en sappig. Deze hebben een vlezige rozige stengel.
Beekpunge bloeit van mei tot oktober
De bloemen staan in okselstandige langgesteelde trossen tot 10 cm lang, met ongeveer 20 à 25 hemelsblauwe bloempjes van 5 tot 8 mm in doorsnede. De bloemkroon is wielvormig en de kelk vierbladig. De kroonblaadjes zijn blauw
Beekbunge is een zeer goede bodembedekker, die snel een groot oppervlak bedekt.

Beekpunge is eetbaar . Alle groene delen, bladeren en jonge, nog niet bloeiende scheuten vormen een originele wilde groente. Ze kunnen rauw gebruikt worden in salades maar smaken wel wat bitter. Men kan beekpunge bijvoorbeeld combineren met kropsla of met waterkers. Door toevoegen van citroen wordt de smaak verzacht. Meegekookt met spinazie smaakt de plant erg aangenaam. De gedroogde bladeren worden gebruikt in theemengsels. In de kruidengeneeskunde wordt beekpunge beschouwd als bloedzuiveringsmiddel en werd gebruikt om de stofwisseling en de leverfuncties te prikkelen. De plant bevat looistoffen en is rijk jodium en aan vitamine C.

Daarnaast stond kraailook, daslook en witte fluitenkruid, dit fluitenkruid heeft een aparte geur en wordt nog wel eens gebruikt bij het bakken van een omelet. Daslook en kraailook kunnen goed gebruikt worden voor de kruidenboter. Fluitenkruid is het broertje van de Kervel.

Moeraswolfsmelk (Euphorbia palustris).
Een prachtige bloem aan de oever van het meertje. De bloem lijkt op één bloem, maar het is een groep van één stamperbloem met talrijke mannelijke bloemen, die elk maar uit één meeldraad bestaan en achtereenvolgens bloeien. Het melksap van alle soorten is giftig en van sommige tropische, zelfs dodelijk.

Je zag aan beide kanten bomen die vol met de Spinselmot of stippenmot, die in grote getallen daar aanwezig waren om al het blad op te eten. Het zag er vies uit, de vogels lusten de rupsen wel, maar niet die vieze plakkerige spinraggen die deze rupsen beschermen. Als ze gaan verpoppen dan worden dit mooie Spinselmotten.
De Kardinaalsmuts(Euonymus europaeus) heeft hier geen last van, de knoppen zitten in slaapstand en als alle motten weer weg zijn komen de knopen pas uit.

We liepen zo door het park en er werd veel verteld over de diverse planten, na een tijdje lopen, gingen we eten en even uitrusten bij een open plek tussen de flats.

Daar werd de 5 minuten praatje van Birgit
Dit was een leuk en spontaan gesprek
Ze had een speurtocht gegeven en uitgezet voor kinderen met verschillende leeftijden en ouders van verschillende nationaliteiten. Het werd een boeiend gesprek waar veel mensen hun ervaring vertelde hoe zij dat deden.

Daarna gingen we weer in 2 groepen weg, maar nu wisselde de gidsen en ging nu met Carla mee.
We kregen toen een opdracht van wat hoor ik, 2 minuten onze mond houden.
Je hoorde vogels, auto’s en er was een vredige rust.
Daarna liepen we naar het eind van het pad, om langs de schaduwkant weer terug te gaan.
Precies op dat hoekje is een hangplek voor jongeren gemaakt.

De weg terug was een pad met hotsnippers, het was daar erg vochtig en er was geen zon.
Langs de kant van het water waren veel Groot hoefbladbladeren

Ik vond het weer een heel leerzame ochtend, waar we weer veel van hebben opgestoken

Fauna in het gebied:
Eend met 10 jongen
Koolmeesje
Zwart kop
Roodborstje
Pimpelmees
Merel
Vlaamse Gaai
Vink
Ekster
Meerkoet

Vissen:
Karper

Aangetroffen insecten:
Spinselmot
Hommel
Haantje

Planten in het gebied:
Gele en oranje papaver
Robertskruid (ooievaarsbek)
Voorjaaars Zonnebloem
Voorjaarshelmkruid ( Scrophularia vernalis)
Paarse koekoeksbloem
VoorjaarHelmkruid
Monningskap
Origano
Lang gevlekte Biggenkruid
Camiel
Pimpernel(paars)
De Echte Koekoeksbloem
Adderwortel(Bestiaria bijstort)
Margrietjes
Hondsdraf
Zuurbes (Berberis vulgaris)
Beekpunge (Veronica beccabunga)
Kraailook
Daslook
Look zonder Look
Witte Fluitenkruid
Penningkruid ( Lysimachia nummularia)
Schijnaarbei
Smeerwortel
Kleefkruid
Zegge ( carex nigra)
Witte veldbies
Gele lis
Bezembren
Witte sterbloem
Lievevrouwebedstro (Galium odoratum);
Kornoelje
Heermoes
Ratelaar
Moeraswolfsmelk( Eurphorbra palustris giftig)
Hondsroos
Roze en paarse Hyacint
Kamperfoelie
Heksenkruid
akelei (Aquilegia vulgaris)
Dotterbloemen(Caltha palustris)
Heelkruid (Sanicula europaea).
gele Monnikskap (Aconitum vulparia)
Akazia
Koningvaren

Einde excursie:
Omstreeks 13:00 uur eindigde de excursie weer bij het startpunt aan de Fietstunnel onder de A9 tussen Stadshart (buitenplein) en Lindelaan (burgemeester Rijnderslaan) aan de kant van het Meanderpark

woensdag 13 mei 2009

zaterdag 09-05-'09

Verslag IVN excursie Meander Park te Amstelveen op 9 mei 2009
door Jaap Garos

We verzamelden op de afgesproken tijd en plek bij het tunneltje onder de A-9 in het Meanderpark. Het was mooi weer en Ida deed in het begin van de excursie haar informatieve en heldere 5-minuten praatje over de ontstaansgeschiedenis van het park. De A-9 lag vroeger middenin de weilanden en restanten van boerderijen vinden de tuinmannen regelmatig tijdens werkzaamheden
De reden van het ontwerp , was omdat er behoefte leek te zijn voor een groenstrook tussen de zes hoge flats in het park, die ook zeer kenmerkend zijn vanaf de A-9 ter hoogte van het Antroposofische gebouw van de KPMG. Aan de burgemeester van Zonweg. Gedurende de hele excursie werden wij opgevrolijkt door de prachtige zang van het zwartkopje of tuinfluitertje, vink,winterkoninkje, tjiftjaf en roodborstjes.

Het programma werd informatief opgeleukt door het toepasselijke en heldere 5-minuten praatje van Ida dat ging over de onstaansgeschiedenis van het park ontworpen door dhr Broerse (voormalig hoofd groenvoorziening van de gemeente Amstelveen) Het park is dusdanig in 1960, ontworpen als groenstrook langs de A-9 de waterpartijen in het park dienen tevens als waterafvoer van de A-9 tussen de hoge Meander flats in en ieder gedeelte heeft een kleur kenmerk , geel van de brem, blauw van de akelei (Aquilegia vulgaris) Hyacint(Scripta non-scripta), donkere ooievaarsbek(Geranium pheum). We liepen vanaf het tunneltje in de richting van het Amstelveen busstation, waar we even stil bleven staan bij de lekkere vieze smerige slierten veroorzaakt door de Spinselmot, maar die hebben geen zichtbare invloed op de Kardinaalsmuts(Euonymus europaeus) Pijpbloem (Aristolochia) die op een heel bijzondere manier zich laat bevruchten door insecten vormt licht gele/groene bloemen die veel lijken op een ouderwetse Duitse pijp. (vandaar die licht erotische naam) bepaalde insecten kruipen in de stinkende bloem en raken opgesloten in de bloem, Stank als bloeiende dank.
Na een poosje wandelen en rondleiden zijn de cursisten en cursusleiders als een groep hang cursisten in 1 van de twee speeltuintjes (bij de 2de toren neergestreken alwaar wij een boeiend en inspirerend 5 minuten praatje van Birgit te horen kregen,weer een andere ervaring op de manier van informatie overdracht op een zeer speelse en leuke manier, hetgeen weert tot een goeie discussie tussen de hangcursisten uitlokte.
Verder stonden we nog even stil bij de gele Monnikskap (Aconitum vulparia) Lievevrouwebedstro (Galium odoratum);Zuurbes (Berberis vulgaris) die z’n stamper bedekt met z’n meeldraden als je haar daar aanraakt (Verder kwam wederom ter sprake de haremplantachtigen Hangende Zegge (Carex pendula) dit in tegenstelling tot polyandrie Adderwortel(Persicaria bistorta) met mooi zacht roze pluimachtige bloemen. Heelkruid(Sanicula europaea).Overal langs de oevers in het park staan de Dotterbloemen(Caltha palustris), de grootste uit de familie van de boterbloemen(Ranuncuculiceae) prominent)aanwezig, bloeitijd maart-mei en soms ook augustus-september.
Enfin weer wat geleerd in paar korte edoch intensieve paar uurtjes…

zaterdag 25-04-'09

Excursie ‘De Poel’ 25 april 2009
Groep: Carla de Bruin
Door: Wijnanda Hulsegge

’s Ochtends verzamelden we bij de kerk aan de Legmeerdijk. We vertrokken in twee groepen. Dit verslagje gaat over de ervaringen die we met de groep van Carla beleefden.

Historie
Carla verteld over de historie. Ze legt uit dat vroeger de kustlijn als het ware heen en weer schoof. De zee kwam op en trok zich weer terug. Als de zee zich terug trok ontstonden er poelen die vervolgens dichtgroeiden met veen. Bij Hilversum is grofweg de scheiding van veengrond naar zandgrond. Dat geeft aan hoever de zeelijn het land inging. Langs de rivieren vestigden zich bevolking die het veen afgroeven. Dit veen werd gedroogd en het turf werd als brandstof gebruikt. Als er geen veen meer was, werd er bagger uit de poelen gegraven en op een legakker te drogen gelegd. Dit kon ook als brandstof worden gebruikt. Door het afgraven van veen ontstonden er weer plassen. Dit werd vervolgens vaak weer met molens drooggemalen waardoor polders ontstonden.

De Poel is bijzonder, omdat het niet verveend en ook niet drooggemalen is. Hoe komt dit? (Ik heb nergens kunnen vinden hoe dit komt alleen dat het niet bekend is: Carla) De Legmeerdijk is van vroeger uit de dijk van de polder?

Opdracht
De opdracht die de groep meekreeg was: kijk naar de globale structuur (elementen) van het landschap. Verhogingen, verlagingen, water, vlak, nat, droog. De opbouw van de elementen, grassen, kruiden, struiken, bomen. De dieren, diersporen, vraatsporen enz.

Wat we gezien hebben
Nog geen 100 meter vanaf het startpunt van de excursie is er al veel te zien. Het gebiedje aan de rechterzijde van de ingang is drassig. Als we erop springen trilt de hele omgeving mee. Het bestaat uit een variatie van grassen, mossen, zeggen, russen, cypergras (zoals Veenpluis), bomen (zoals Els en Berk).

Er valt heel veel te vertellen over de planten in het gebied. Onderstaande opsomming geeft een beeld wat we zoal hebben gezien. De nummers betreffen fotonummers.

Mossen:
Topkapselmossen groeien omhoog. Deze mossen hebben de eigenschap dat ze zichzelf conserveren tegen rotting. Dit doen ze door een zuur af te scheiden. Veenmos groeit omhoog (70). Verder is Haakmos ook gezien. Haarmos groeit ook steeds hoger. Mossen hebben een ingewikkeld verhaal. Mosplantjes met een mannelijke “bloem’’ hebben net als de mosplantjes met een vrouwelijke “bloem” een enkele set chromosomen. De sporen hebben ook een enkele set chromosomen terwijl het doosje (ontstaan na de bevruchting) waar de sporen inzitten een dubbele set chromosomen heeft. Het doosje met sporen gaat dicht als het regent omdat het namelijk geen zin heeft als sporen in regen worden verspreidt. Met mooi weer gaat het doosje open.

Grassen:
Reukgras (64) cumarine

Zeggen:
Oeverzegge (losse mannetjes en losse vrouwtjes)

Cypergras:
Veenpluis (mannetjes en vrouwtjes zitten bij elkaar). De witte katoentjes van de plant werden vroeger gebruikt als vulling voor kussens, matrassen en om wonden te stelpen.

Oeverplanten:
Moerasspirea (‘koningin van de weide’ ), Waterzuring, Riet, Gele lis en Pitrus. De naam Pitrus komt van vroeger. De witte inhoud van Pitrus werd vroeger in het schapenvet gedoopt en gebruikt als pit voor lampen. Waterscheerling.

Kruiden:
Perzikkruid heeft een langwerpig blad met een donkere vlek.
Distel, Speerdistel, Kale jonker zijn 2-jarige planten en hebben een overwinteringsrozet. Hierbinnen is een microklimaatje waardoor de planten kunnen overwinteren. Kale jonker, als deze soort op de akker groeide, valt er weinig te halen ‘Kale jonker’.
Hondsdraf (86+104) heeft de tong uit de bek, Dovenetel (87) witte bloemen en paarse (105), Adam en Eva in het prieeltje.
Het beroemde Look-zonder-look (95) was in het gebied volop aanwezig.
Smeerwortel. Als de wortel van Smeerwortel wordt doorgesneden komt er een smerig slijmerige substantie uit. Van de bladeren kan je stamppot maken en je kunt ze frituren.
Fluitenkruid (106), je kunt van de jonge stengels fluitjes maken.
Berenklauw heeft bladeren met een fototoxische stof erin. Dit betekent dat de gifstoffen pas werken als je ermee in de zon komt. De Siberische berenklauw is niet inheems. (107).
Raapzaad lijkt op Koolzaad. Raapzaad (a=achter; knoppen achter de bloemen) Koolzaad (o=boven; knoppen boven de bloemen)?
Koekoeksbloem
Blaartrekkende boterbloem (127). Het sap van deze plant is net als bij Berenklauw, blaartrekkend.
Scherpe boterbloem (129) hanepoot, 3-sprietige bladeren.
Engelwortel, geveerd
Wikke
Een-arig wollegras
Veenpluis
Zonnedauw (bloeit wit)
Wilde hyacint

Bomen:
Over de Els valt al veel te vertellen. Een uitspraak van vroeger: “Elzen en rood haar (Ieren) groeien op arme gronden.” Vaak staan elzen langs het water waardoor de zaden in het water terechtkomen. Daarom zijn de zaden van deze boom zodanig aangepast dat ze drijven. Het zaadje van de Els is heel klein, rond en heeft aan weerszijden kurkvleugeltjes (69). Als een els wordt omgezaagd is op de houtsnede oranje/rood sap te zien, zogenaamde ‘bloeden’. Duivels? (De duivel heeft zijn moeder tot bloedens toe geslagen met een tak van een Els, als een Els wordt omgezaagd en het snijvlak kleurt rood herinnert dit de duivel aan zijn moeder en wordt hij weer razend. Daarom was het heel lang verboden om Elzen om te zagen) En Schubert heeft muziek gemaakt genaamd bij het sprookje van de Elzenkoning .
De Esdoorn (83) heeft zelf geen doornen, maar heeft zijn naam te danken aan de gebruiksfunctie die het hout vroeger had. Er werden pijlen van gemaakt. Het droge hout splijt makkelijk.
De Iep (97) heeft groene ronde zaadjes. De bladeren zijn herkenbaar vanwege het scheve blad begin.
Rode beuk, de bladrand heeft een wimpertje (142). De haren geven extra bescherming in de winter. In het blad van de rode beuk zit Anthocyaan. De beuk staat vaak op plekken waar vroeger een boerderij heeft gestaan.
Spaanse aak.

Struiken:
Appelbes is in het gebied te zien. De soort werd vroeger bij de boerderijen als sierplant geplant. Het heeft rode bladeren in de herfst en bloeit als witte bloem.
Veldkers (65) bevat vitamine C.
Gewone vogelkers en Amerikaanse vogelkers zijn te onderscheiden aan het kenmerk dat de laatstgenoemde een donsrand heeft bij de hoofdnerf van het blad aan de onderzijde en de gewone Vogelkers alleen een donsje heeft in de oksels van de hoofdnerf met de zijnerven. Amerikaanse vogelkers is een plaag in Nederland.
Verder zijn Lijsterbes (89), Kamperfoelie (89) en Hulst (89) gezien.

Vogels:
Zwartkop, Kievit, Blauwe reiger, Nijlgans, Grauwe gans

Insecten:
Wat is het verschil tussen Libellen en Waterjuffers? Libellen hebben een eigen territorium en Waterjuffers niet. De Waterjuffer klapt zijn vleugels in elkaar als hij stilzit. Overigens zijn Libellen veel forser dan waterjuffers.

Reptielen:
Ringslang. Na een poosje lopen komen we op de dijk die de grote en de kleine poel scheidt. Dit is de dijk van de Legmeerpolder. Een zeer bijzondere ervaring is een Ringslang die het slootje overzwemt en vervolgens tussen de struiken en takken aan de overzijde verdwijnt.

Tijdens de excursie hebben we veel planten waargenomen, maar er was zeker ook oog voor de vogels in het gebied. Het toetje van de excursie, kievieten die hun jongen met man en macht beschermden tegen de aanval van een kraai.

Het was een hele mooie ochtend.